Vroegtijdig schoolverlaten: meer ambitie nodig om een verloren generatie te vermijden

Analyse

In de hedendaagse samenleving is een diploma secundair onderwijs (aso, tso, kso, bso) een belangrijke voorwaarde om de arbeidsmarkt succesvol te betreden en erin te blijven. Leerlingen onder 24 jaar die geen secundair onderwijs hebben voltooid en die niet langer aan onderwijs of training deelnemen, worden “vroegtijdige schoolverlaters” genoemd. Zij lopen het risico om zowel economisch als sociaal uitgesloten te worden uit de maatschappij.

Van de bijna 10% jongeren in de leeftijdsgroep 18 tot 24 jaar die in België niet over een hoger secundair diploma beschikken en niet in onderwijs of vorming zitten, heeft in 2014 slechts 40% werk en was 60% werkloos. Van deze laatste groep zoekt ook slechts 66% actief naar werk: dat suggereert dat 34% van de vroegtijdige schoolverlaters ook al de loopbaan heeft opgegeven.

Sinds de crisis vergroot het risico op permanente uitsluiting van deze kwetsbare groep. Gelukkig is er hiervoor aandacht: doelstellingen zijn gesteld om het aantal terug te dringen. De teller van vroegtijdige schoolverlaters staat echter op 7% in Vlaanderen, 12,9% in Wallonië en 14,4% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Dat is nog een stuk te veel, maar het is niet gemakkelijk om lager te gaan omdat het probleem hardnekkig is. Maar het is noodzakelijk. België staat pas op de 20ste plaats tegenover andere Europese landen, wat een marge voor verbetering suggereert. Daarnaast is er ook een urgent verschil in het percentage voor jongens en voor meisjes: respectievelijk 11,8% en 7,7%, en voor diverse andere subgroepen.

Als we als samenleving niet beter doen, gaan we een stuk van de jongere generatie in een verloren generatie zien eindigen. Meer en beter doen zal daarenboven lonen. Internationaal werd berekend dat elke euro aan in de strijd tegen vroegtijdig schoolverlaten zichzelf op termijn zes tot acht keer terugverdient: wie een jongere op het goede spoor zet, ziet een heel leven lang de resultaten.

In een nieuw Itinera-rapport geven experts De Witte en Mazrekaj 8 prioritaire aanbevelingen.

Voor scholen:

  1. Zorg voor motiverende leraren – ook in de meest moeilijke scholen –  die kwalitatief onderwijs aanbieden, en hun belangrijke rol in het falen of slagen van moeilijke kinderen beseffen en kunnen opnemen. Dit kan via aanvangsbegeleiding voor junior leraren, erkenning voor senior leraren, en een grote rol voor diversiteitsstages in lerarenopleidingen.
  2. Zorg via goede monitoring en een ketenbenadering met alle actoren voor snelle en adequate opvolging van spijbelende leerlingen.  Zorg hierbij voor individueel afgestemde maatregelen voor elke risico-leerling.
  3. Het zittenblijven, zowel in het middelbaar als in het lager onderwijs, verhoogt namelijk de kans op vsv aanzienlijk. Waar zittenblijven en falen een gevolg zijn van beperkte remediëring, foutieve studiekeuze en peer-effecten is het mogelijk om een gericht beleid hierop te voeren door een snelle detectie (bv. via adequate interpretatie van leerlingvolgsystemen) én opvolging van leerlingen die problemen ervaren.

 

Voor overheid:

  1. Vsv-indicatoren zijn vandaag niet steeds nauwkeurig en actueel. Ontwikkel goede en transparante indicatoren die up-to-date zijn. Door een jaarlijkse publicatie van cijfers komt de problematiek meer onder de aandacht. Bovendien kunnen scholen, gemeenten en regio’s zich zo onderling vergelijken en leren van elkaar.
  2. Ontwikkel concrete projecten (zoals individuele coaching van jongeren) en put hiervoor inspiratie uit bewezen voorbeelden uit het buitenland.
  3. Om de specifieke redenen te achterhalen die de jongeren het middelbaar onderwijs vroegtijdig doen verlaten, ontwikkel een bevraging voor jongeren die zonder een kwalificatie met het onderwijs en training stoppen.
  4. Ontwikkel een cultuur waarin de (kosten-)effectiviteit van interventies geëvalueerd wordt. Een maatregel zou wetenschappelijk bewezen moeten worden op haar effectiviteit vooraleer ze uitgerold wordt op grote schaal.
  5. Maak vanuit de overheid voldoende budget vrij voor vsv-preventie. Elke geïnvesteerde euro verdient zichzelf meermaals terug.

De auteurs van het rapport zijn Kristof De Witte (Visiting Fellow Itinera; LEER – KU Leuven; TIER – Maastricht University) en Deni Mazrekaj (LEER – KU Leuven)

Het volledige rapport vindt u hieronder als bijlage