Sociaal surrealisme

Opinie

Soms is politiek echt verpakking. Neem nu de eeuwige discussie over het fameuze ‘sociale Europa’. De hele politieke linkerzijde, alle vakbonden en middenveldorganisaties incluis, vinden de Europese Unie een kille economische club. Zolang de economie meezit, de banen volgen en de subsidiekranen stromen, blijft dat verwijt vooral latent. Maar zodra het crisis is, komt de ergernis boven. Tijdens de wereldwijde financiële crisis en de eurocrisis sloeg ergernis om in woede die mee de stinkende pot van het anti-EU populisme deed overkoken.

Met de nood hoog komt de redding in de persoon van Commissievoorzitter Juncker, die de vele Europese instellingen, organen, comités en sociale partners meetrekt in een project voor een heuse ‘Europese pijler van sociale rechten’. Ettelijke consultaties, vergaderingen en redacties verder, volgt de succesvolle apotheose op een speciale sociale top in die aller-sociaalste lidstaat Zweden. De drie presidenten van de Europese Unie ondertekenen er plechtig een pijler ‘met nieuwe en effectieve rechten’, aldus de officiële communicatie.

Europa is dus sociaal getransformeerd, zou u denken, maar dat is volslagen misplaatst. De pijler van zogenaamde ‘sociale rechten’ bevat helemaal geen effectieve rechten voor de burgers. Het is een open tekst met twintig vage beginselen over gelijke kansen, billijke arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming. Zo zijn er al dertien in een dozijn. Het gros van de doelstellingen valt ook buiten de bevoegdheid van de Europese Unie en ligt volledig in handen van de lidstaten. Er is geen enkele consensus om de Unie daarover alsnog bevoegd te maken.

Nationaal

Het sociale Europa staat dus niet op een pijler en heeft helemaal geen rechten. Dat komt omdat de lidstaten het sociaal beleid nationaal willen houden en de Europese Unie voor de organisatie van de Europese economische markt willen gebruiken. Zolang lidstaten niet bereid zijn onderling sociale solidariteit en sociale harmonisering te organiseren, zal die bevoegdheidsverdeling niet fundamenteel veranderen. Die bereidheid is totaal afwezig. De ‘Europese pijler voor sociale rechten’ is sociaal surrealisme.

Wat Europa kan, heeft België uitgevonden. De dag waarop in Gotenborg het zogezegde sociale Europa werd gesmeed, was de dag waarop in België de minimale dienstverlening bij spoorstakingen werd gegarandeerd. Voorstanders loven een historische doorbraak, vakbonden roepen schandalige afbraak, maar van een minimale dienstverlening is… totaal geen sprake. De nieuwe regeling wil alleen de deelname aan een spoorstaking 72 uur op voorhand vastleggen, in de hoop dat de NMBS daarmee een dienstregeling onder werkwilligen kan opzetten.

De nieuwe wet wil stakingschaos bij het spoor vermijden door stakingen en hun impact tijdig aan de reizigers te kunnen aankondigen. Of er ook dienstverlening zal zijn, hangt af van de stakers, van de werkwilligen en van het organisatietalent van de NMBS. Er kunnen echter geen minimale prestaties worden opgelegd tegen stakers in. Evenmin kunnen prestaties worden afgedwongen ten aanzien van vakbonden zonder rechtspersoonlijkheid. De heiligheid van het stakingsrecht en de onaantastbaarheid van de vakbond blijven overeind. Er is geen pragmatisch evenwicht bereikt tussen de rechten van stakers en de vrijheden en rechten van alle anderen.

Vruchteloos gehandeld

Sociaal surrealisme speelt een politiek spel met uitdagingen die al decennia verdelen en aanslepen. Het predikt verandering en presenteert doorbraken. De goegemeente, murw door het eindeloze geruis en gedruis, valt voor een triomf die een nederlaag is. Want achter een symbolische verandering blijven de dogma’s ongewijzigd en de loopgraven bemand. Er is mateloos gemobiliseerd maar vruchteloos gehandeld.

Sociaal surrealisme is een façade waarachter aloude verdeeldheid verder verzuurt. Doen alsof we kiezen terwijl we eigenlijk niet kiezen, is energieverspilling die de mogelijkheid om daadwerkelijk en daadkrachtig te kiezen in de toekomst alleen verder hypothekeert.