Prijsongelijkheid: Regionale inflatieverschillen volgens leeftijd en inkomen

Analyse

Prijsongelijkheid is weer brandend actueel, door het conflict met de gele hesjes in Frankrijk, en getuigt van een strijd voor meer koopkracht. De indruk heerst vandaag de dag dat vooral de lagere inkomens het meest te lijden hebben onder prijsstijgingen.

Ook in België is de inflatie het belangrijkste onderwerp tijdens debatten over koopkracht. Zo horen we soms dat de prijzen sinds de invoering van de euro fors gestegen zijn, dat de laagste lonen op lange termijn in reële waarde dalen, of nog, dat sommige identieke goederen en diensten in de buurlanden goedkoper zijn. Economen hebben de neiging om deze veronderstellingen te ontkrachten of juist te bevestigen met een studie van een macro-economisch aggregaat – de inflatie – die de prijsverschillen op het grondgebied objectiveert. Traditiegetrouw wordt daarom een consumptieprijsindex (CPI) berekend door de evolutie te volgen van de prijzen van een aantal producten – de boodschappenkorf – die werden gekozen omdat ze het meest representatief zijn voor de consumptie van de gemiddelde Belg.

Met deze analyse wilden we deze inflatie berekenen voor verschillende groepen en daarbij rekening houden met het specifieke consumptieprofiel van deze verschillende groepen. Zo berekenen we een specifieke inflatie voor elk Belgisch gewest, wat voor zover ons bekend, nooit eerder is gebeurd. Zo kunnen we dan nagaan of de inflatie per gewest verschilt. Een ander nuttig onderscheid is de leeftijdscategorie of de inkomensgroep. We wensen in het bijzonder na te gaan of de inflatie bescheiden gezinnen en ouderen harder treft.

Een rapport van senior fellow Jean Hindriks en Antoine Germain.

Bijlage(n)