Offensiever coronabeleid

De kunst voor een offensiever coronabeleid is – zoals in de bankencrisis – het geweer tijdig van schouder te veranderen. Eerst komt de visie op een wereld na corona, dan het doorhakken van knopen.

Er leven nog altijd mensen die de Spaanse griep van 1918 hebben meegemaakt en nog veel meer die de Aziatische griep van 1958 overleefden. Vele anderen hebben de verhalen daarover gehoord van hun ouders en grootouders. Scholen, fabrieken, het openbaar vervoer en kantoren sloten en er was enorm veel solidariteit. Ook nu zien we veel verantwoordelijkheidszin en solidariteit. Dat krijgt helaas niet altijd evenveel aandacht als de onverantwoordelijkheid van een kleine minderheid. De menselijke natuur is minder veranderlijk dan beleid. We moeten veel lering trekken uit hoe landen in deze crisis verschillend reageren. Itinera focust als denktank beroepshalve vooral op het belang van beleidskwaliteit. Ook daar biedt deze crisis veel lessen.

Dysfuncties

Als we de schok kunnen uitvlakken met slim schuldbeheer, is het niet het moment voor avonturen met gelegenheidsbelastingen.Het coronavirus is niet verantwoordelijk voor al wat in ons land misloopt, maar het bracht wel al snel de dysfuncties aan het licht. Met een overheidsbeslag van ruim 52 procent van het bruto binnenlands product is België al enkele keren door het ijs gezakt voor iets wat tot de kerntaken van de overheid behoort. Volksgezondheid en epidemiebestrijding is zowat het dichtst dat je bij het hart van die kerntaken komt. We gingen geregeld uit de bocht, zoals met de bestellingen van mondmaskers, de snelheid van handelen voor het opschalen van testcapaciteit en het snel operationeel maken van het opsporen van contacten van besmette personen.De verschillen tussen landen blijken nauw samen te hangen met hun verschillen in goed bestuur. Die analyse maken is minder populair dan allerlei grote utopieën en dystopieën voor te spiegelen. Dat het maatschappelijk debat over de lessen van deze crisis zich op gang trekt, is gezond. Al is er wel het risico dat sommigen de angst onder de bevolking proberen uit te buiten.

Gelegenheidsbelastingen

Een ander opvallend punt is dat sommigen de idee koesteren dat de beperktheid van de middelen geen rol meer speelt. Dat klopt uiteraard niet. Wel kunnen de gevolgen van zo’n unieke, zware schok geabsorbeerd worden in een eenmalige verhoging van de schuld, die dan als instrument werkt om de schade uit te smeren over meerdere generaties. Vooral dat we ons voor de coronaschok al zo’n hoge schuld permitteerden, getuigt van onze problematische bestuurs- en begrotingscultuur. Als we de schok kunnen uitvlakken met slim schuldbeheer, is het niet het moment voor avonturen met gelegenheidsbelastingen die velen uit hun duim beginnen te zuigen. Voor corona was er al nood aan een doordachte fiscale hervorming en die is er nog altijd.

Het structureel tekort dat er al was voor de coronacrisis en de kosten van de vergrijzing vergen nog altijd ingrepen. Kredietwaardigheid blijft een groot goed voor een land. Verantwoordelijke politici beseffen dat een hoge schuld wel degelijk kan ontsporen en problemen veroorzaken. Alleen al omdat er geen garantie bestaat dat de rente altijd lager dan de economische groei blijft.

Van defensief naar offensief

De tijdelijke crisismaatregelen om het licht economisch niet te laten uitgaan, met liquiditeitssteun en tijdelijke werkloosheid, konden in eerste instantie breed en weinig gedifferentieerd ingezet worden. Na enkele weken was er wel de tijd om die meer gericht te maken. Forfaitaire steunmaatregelen lijken sowieso hun tijd gehad te hebben. Andere landen baseren zich meer op de werkelijk geleden schade en ook onze overheid kan haar beleid het best zo bijstellen.Ons land is goed in het oprichten van comités van bestaande sectoren en groepen, die de overheid aanwijzen waar de noden zitten. De bankencrisis leerde al dat we redelijk goed optreden in de defensieve fase. Maar ook toen haperde het. Het geweer werd niet tijdig van schouder veranderd om over te gaan naar een offensievere fase.

Enveloppes met geld verdelen door alleen in de achteruitkijkspiegel te kijken loopt fout af. We hebben een visie op de wereld na corona nodig. Pas dan kan de politiek knopen beginnen door te hakken en keuzes maken om die wereld voor te bereiden.