Mijd simplismen over economische impact vluchtelingen

Opinie

Her en der verschijnen ramingen van de economische impact van de vluchtelingen op de Duitse economie. Een typisch cijfer in die rapporten is een kwart procent extra groei op jaarbasis. Hoe komt zo’n cijfer tot stand?

Het vertrekpunt zijn de extra uitgaven die de Duitse overheid moet maken om mensen op te vangen. Van huisvesting over kledij en voedsel tot onderwijs. Dat zou al een belletje moeten doen rinkelen. Dergelijke benadering is erg partieel en geeft niet per se verheldering. Noch voor het beleid, noch voor het publiek dat wil weten hoe dat de komst van 800.000 vluchtelingen doorwerkt in de maatschappij. De impact reduceren tot de extra vraag naar goederen en diensten op de korte termijn is logisch in de analyse van conjunctuurinstellingen. Die moeten een raming maken van de groei voor de volgende kwartalen. Vele vragen blijven echter onbeantwoord.

Zo ook bij de Japanse kernramp en tsunami van 2011. Economen, onder wie de voormalige hoofdeconoom van de Amerikaanse president, waren er als de kippen bij: die ramp zou wel eens een grote stimulans kunnen zijn voor de Japanse economie.

Uiteraard zijn er na zo’n gebeurtenis grote uitgaven die het nationale inkomen (zoals dat conventioneel wordt gemeten) een cyclische opstoot kunnen geven. Het kan geen kwaad om Frédéric Bastiats gebroken raamparabel in herinnering te brengen. Overal ramen inslaan is nog altijd geen goed idee, ondanks het extra werk voor de ramenmaker. Het geld had ook nuttiger besteed kunnen worden. Als de overheid 100 miljoen potloden koopt, leidt dit wellicht ook tot een cyclische opstoot maar als daarmee niets productief gedaan wordt, zal het vooral een verlies betekenen.

Om niet in de val van een te partiële analyse te trappen, doet de econoom er goed aan lessen te trekken uit gelijkaardige gebeurtenissen in het verleden. Zo stelt het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen dat de komst van vluchtelingen een zware last betekent voor het ontvangende land. Ramingen van de Duitse overheid komen uit op meer dan 8 miljard euro.

‘Korte’ economen focussen vooral op de vraagzijde. Een economische analyse die wat dieper wil gaan, heeft echter ook aandacht voor de aanbodzijde. In de mate dat de vluchtelingen actief de arbeidsmarkt betreden, zullen ze daar het aanbod verruimen. Dat kan leiden tot lagere lonen voor gelijkaardige al aanwezige groepen. De economische analyse toont ons dat dat ook tot winst kan leiden voor groepen die complementair zijn. In de mate dat vluchtelingen bijvoorbeeld knelpuntberoepen invullen, is dat nettowinst voor iedereen.

De kans dat op die manier een batig saldo wordt geboekt, zal evident groter zijn in de boomende en vergrijzende economie van onze oostburen dan in Zuid-Europese lidstaten. Voor de absorptiecapaciteit speelt ook de relatieve omvang mee van de groep tegenover de ontvangende bevolking. In Europa is het trackrecord van succesvolle arbeidsintegratie minder positief, gegeven de werkloosheid van zelfs tweede- en derdegeneratiemigranten.

Zullen de vluchtelingen gemakkelijker een job vinden dan de huidige 2,8 miljoen Duitse werklozen? Volgens het Duitse ministerie van werkgelegenheid heeft de helft van de Syrische vluchtelingen geen enkel diploma. Wel zou meer dan 15 procent hoger onderwijs hebben genoten. Vaak spreken ze echter slechts rudimentair Engels. Zo komt men tot de inschatting dat één op de tien onmiddellijk een job kan vinden. Dat vooral door het stelsel van mini-jobs, waardoor lage productiviteit niet hetzelfde obstakel vormt als bijvoorbeeld in ons land, met onze arbeidsfiscaliteit. Het probleem dat de arbeidsmarkt vooral de insiders beschermt die al een job hebben in Duitsland, wordt zo iets minder prangend.

Er is blijkbaar een zekere druk om politici argumenten aan de hand te doen waarmee ze de weerstand bij de bevolking kunnen wegnemen zonder een beroep te moeten doen op humanitaire motieven. De economische balans van vluchtelingen blijkt echter complexer dan gedacht.