‘De loopbaan moet ook een leerbaan worden’

Opinie
Levenslang leren

Wanneer fiscale, monetaire en andere macro-economische hefbomen steeds meer gestuurd worden vanuit Frankfurt of de Europese wijk; wanneer financiële markten internationale kapitaalstromen faciliteren; en België nooit cavalier seul kan spelen tegen (economische) reuzen, is talent dé hefboom waar nationaal beleid de lange termijn groei van een land kan beïnvloeden. Het is dé hefboom voor toekomstig welzijn en toekomstige welvaart. In een wereld van mondiale productieprocessen en internationale goederenstromen, is het dés te belangrijker juist geschoold personeel te voorzien om bedrijven aan te trekken én te behouden, en om bedrijven aan te zetten te investeren in mensen in plaats van machines.

En toch ligt de deelname aan levenslang leren stukken lager dan een zelfverklaarde kennisregio moet ambiëren. Bovendien staan een hele hoop mensen aan de zijlijn van de arbeidsmarkt: een derde van de Belgen is noch werkende noch werkzoekende, voor niet-EU migranten en kortgeschoolden gaat het om de helft! Onder kortgeschoolde vrouwen en vrouwelijke niet-EU-migranten loopt dit zelfs op tot twee op drie, onaanvaardbaar. Vlaanderen doet het veelal beter dan de andere regio’s, maar scoort toch slechter dan het Europese gemiddelde.

Zo kan het niet verder. We kunnen ons dit verlies van talent in de samenleving niet langer veroorloven. Niet moreel en niet economisch. We halen de productiviteitsopgave niet zonder elk talent aan te boren, elk talent te ontwikkelen en elk talent te benutten. De golven van verandering die op ons af komen – technologisch, demografisch, economisch – vereisen meer aandacht voor het levenslang ontwikkelen van dat talent.

Als we een omslag willen bereiken en een leercultuur bevorderen, moet de regie over leren en talent ontwikkelen bij de mensen zelf liggen. Dit betekent echter niet dat die het op zijn of haar eentje kan of moet kunnen, sommige (groepen) mensen zullen naast informatie ook nood hebben aan begeleiding en ondersteuning. De teugels in eigen handen geven klinkt leuk, maar vereist wel dat je kan paardrijden…

Leerrekening in plaats van opleidingscheques

Burgers aan het stuur betekent ook de financiële middelen koppelen aan degene die de scholing volgt. De Nederlandse Commissie Vraagfinanciering MBO vergeleek verschillende vormen op het vlak van impact, transparantie, keuzevrijheid, verantwoordelijkheid en toegankelijkheid, en besloot dat trekkingsrechten zoals de leerrekening de beste optie zijn. Ze zijn structureler van vouchers zoals de opleidingscheque, en inclusiever dan fiscale regelingen. Tegelijk kunnen verschillende partijen – overheid, werkgever, burger – er aan bijdragen.

Een dergelijke leerrekening kwam al aan bod in het allereerste boek van Itinera (De Vos & Konings, 2007, Van Baanzekerheid naar Werkzekerheid), in een recent rapport (De Vos, 2018, Een nieuwe agenda voor het arbeidsmarktbeleid) en zal uitvoerig besproken worden in een lopend project (Ghiotto, 2019). Het is geen panacee, wel het kerninstrument van een totaalaanpak. Maar hoe ziet zo’n leerrekening er dan uit?

Simpel gezegd is het een rugzak aan leerrechten gekoppeld aan de burger die diens loopbaan ondersteunt, over werkgevers, sectoren en statuten heen. Hij bundelt bestaande middelen, maar is in tegenstelling tot vouchers dynamisch: je kan putten uit het startkapitaal, maar de rugzak wordt doorheen de loopbaan bijgevuld met bijdragen van overheid, werkgever en burger. Dit ligt dus in het verlengde van het huidige opleidingsbudget, waar een deel van de ontslagvergoeding kan aangewend worden voor opleidingen.

De leerrekening is transparant en altijd toegankelijk, via een online platform zoals mypension. En net zoals mypension toont die niet enkel de huidige stand van zaken, maar ook een prognose van de evolutie. Ze kan gekoppeld worden aan of deel uitmaken van ‘mijn loopbaan’ bij de VDAB, een ander platform waar iedereen nu reeds automatisch een profiel heeft met studie- en arbeidsgeschiedenis. Hier kan je ook vaardigheden aangeven, een gewenste jobevolutie, én zie je welke vaardigheden je nog mist voor die droomjob. Het leerrekeningplatform bevat naast de stand van de rekening ook informatie over het gebruik van de rechten, met een overzicht van het aanbod aan onderwijs- en opleidingsverstrekkers analoog aan de onderwijskiezer.be. Deze waaier van onlinediensten is efficiënt en breed toegankelijk, maar illustreert ook de noodzaak aan ondersteuning. Niet iedereen heeft de nodige toegang en kennis van zaken.

De leerrekening beperkt zich niet tot het ‘klassiek’ volwassenenonderwijs, maar ondersteunt ook opleidingen bij erkende private spelers, kwalitatieve onlinecursussen, en zo meer. In Nederland pleit men er zelfs voor de leerrekening ook open te stellen voor (interne) opleidingen in bedrijfsscholen. Als arbeidsmarktregisseur kan de VDAB criteria opstellen voor de erkenning, die dan door de sociale partners kunnen worden beoordeeld en toegepast. Zij kennen de arbeidsmarkt, kennen de sectoren, kennen de werknemers en kennen de benodigde vaardigheden. Het is in hun eigenbelang – of tenminste dat van hun leden – geen ondermaatse opleidingen te stimuleren.

Cruciaal, zeker als we het hebben over toegankelijkheid voor kortgeschoolden en lagere inkomens, is dat de leerrekening niet enkel de inschrijvingskost zelf dekt maar ook materiaal, vervoer, en zelfs een vervangingsinkomen biedt tijdens de opleiding. Bovendien betekent kortgeschoold niet noodzakelijk laaggeschoold, maar hebben kortgeschoolden wel vaak vaardigheden zonder kwalificaties. De leerrekening kan daarom ook gebruikt worden voor de erkenning van elders verworven competenties.

Vragen

Toch stellen er zich nog vele andere vragen. Wat gebeurt er met het saldo bij pensioenleeftijd? Wordt het een universeel instrument met gelijk aanbod voor iedereen? Of progressief universeel met bijvoorbeeld een modulering naar inkomen en scholing? Hogere inkomens leren reeds vaker en hebben sterkere financiële schouders, langgeschoolden hebben al een flinke overheidsinvestering gekregen in hun hoger onderwijs. Hoe evolueert de rugzak, met welk startbedrag en welke aangroei? Waar komt die aangroei vandaan? Kunnen burgers aanvullend sparen in de leerrekening zoals we pensioensparen? Krijgen ze dan ooit het opgespaarde bedrag? Hoe vermijden we dan dat het verkapt pensioensparen wordt? Hoe verzekeren we dat het geen subsidie wordt waarmee werkgevers opleidingen betalen die ze nu al gaven? Of is dat juist de bedoeling, en moeten we gewoon een grotere rugzak voorzien met een grotere rol voor financiering van de werkgever?

Stuk voor stuk pertinente vragen die het impact en toegankelijkheid van een leerrekening zullen maken of kraken. Maar een omslag is nodig: niemand is nog ‘af’gestudeerd in een volatiele en steeds sneller evoluerende wereld. De loopbaan moet ook een leerbaan worden.