Klimaatspijtoptanten

Opinie

Scholieren die betogen voor het klimaat betogen eigenlijk tegen hun eigen welvaart. Hun slimme telefoons groeien niet aan de bomen, maar vergen de ontginning van zeldzame metalen en wereldwijde ketens van productie en distributie. Hun internet en moderne gadgets vreten massaal elektriciteit die ook met broeikasgassen wordt opgewekt. Hun reisjes en zomerfestivals zijn één grote klimaataanval. En dan zwijg ik nog over de hardnekkigheid van roken onder jongeren, zowat het meest vervuilende en schadelijke wat je als mens kan doen.

Klimaatspijbelaars zijn dus klimaatspijtoptanten. Maar naïviteit is eigen aan de jeugd, net als voluntarisme om de wereld te verbeteren. Een leven van vooral turen naar schermen en consumeren als nooit tevoren, heeft onze jeugd nog niet volledig van drang en engagement beroofd. Dat doet deugd om te zien. Hun doel is nobel en ik onderschrijf het helemaal.

Het is inderdaad stuitend hoezeer onze politieke leiders op alle niveaus falen in de planetaire uitdaging voor een duurzaam klimaat. Dat geldt des te meer voor het piepkleine België dat regering na regering vooral improviseert en palavert. Het is ondertussen zover gekomen dat we afhangen van overjaarse kerncentrales die permanent in de lappenmand liggen en we nota bene belastinggeld gaan doneren om gascentrales in de markt te krijgen.

Ik hoop dus dat de protesterende jongeren de mediahype zullen overleven en zullen blijven betogen. Maar dan wel buiten de schooluren. Als ze ophouden met spijbelen, kunnen ze hun kennis over de klimaatuitdaging verbeteren. Laten we ze op de schoolbanken meer dan groene horror over het klimaat serveren. Milieu en klimaat zijn aan veel factoren gebonden, ons eigen gedrag inbegrepen. Maar fundamenteel is het een race tussen technologie en demografie. Technologie maakt welvaart per eenheid steeds groener. Maar het aantal mensen in welvaart en de welvaart zelf nemen steeds toe.

Voortouw nemen

De sleutel voor de klimaatuitdaging ligt daarmee in China, Indië, Afrika en in andere werelddelen die aan een grote inhaalbeweging van welvaartsgroei bezig zijn. De vraag of we als mensheid welvaart en milieu zullen verenigen in de 21ste eeuw zal daar beslecht worden, niet bij ons. Wij kunnen het voortouw nemen met groene technologische vernieuwing en groene buitenlandse investeringen. We doen dat zeker te weinig. We moeten meer doen opdat technologie de race met demografie zou kunnen winnen. En de tijd dringt.

Maar voor ons eigen werelddeel is de uitdaging uitermate complex. Wij leven in vrije en welvarende landen. Wij dulden geen eco-totalitarisme dat de levensstijl van miljoenen wil dicteren. Wij aanvaarden geen eco-fundamentalisme dat de mensheid wil vergroenen door groteske georganiseerde verarming van het dagdagelijks leven. De milieuwending moet niet alleen groen zijn, ze moet ook betaalbaar zijn, economisch efficiënt, geopolitiek veilig en zeker. Duurzaamheid is dus echt aartsmoeilijk. Anders was ze al lang realiteit.

Generatie van 1968

Waarnemers associëren betogende klimaatspijbelaars met een politiek linkse generatie. Ze kunnen zich deerlijk vergissen in een momentopname van enkele tienduizenden. Kijk maar naar het conservatieve traject van de zogenaamd revolutionaire generatie van 1968. Maar laten we op de volwassenen van de toekomst geen politiek model van het verleden projecteren. Duurzaamheid vergt niet de dominantie van economie door ecologie, maar de vereniging van economie met ecologie.

De klimaatspijbelaars moeten in de toekomst niet alleen het klimaat trotseren, maar ook de pensioenen en de rekeningen van de vergrijzing, ook de immigratie en integratie, en God weet nog welke andere uitdagingen, in een onveilige wereld waar rijkdom en macht samengaan. Ze zullen meer en nieuwe welvaart keihard nodig hebben. Hun milieu-idealisme is maar levensvatbaar via groene groei, in een economie die groene vernieuwing betrouwbaar en rendabel maakt. Groen zijn, is daarom niet links en kan niet zonder rechts.

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.