Kleuteronderwijs verplichten? Was het maar zo simpel

De kerstvakantie zit er op, de sneeuwmannen zijn gesmolten, de kerstdiners verteerd en de speelplaatsen lopen weer vol. Talloze 2,5 jarigen zetten hun eerste stappen in het eerste kleuterklas, in instapklasjes of peuterklasjes. En maar goed ook. Kinderopvang en kleuteronderwijs liggen aan de basis van een leven lang leren, samenleven en ontdekken. Kind, ouder en samenleving baten er bij. Verplichten dan maar, zodat elke kleuter er aan zal deelnemen?

De wetenschappelijke literatuur staat bol van onderzoeken die de cognitieve, psychosociale en economische baten vaststellen doorheen de levensloop. Kleuters leren sociale en praktische vaardigheden, ze ontmoeten kinderen en volwassenen buiten de familiale kring. De economische functie krijgt gezelschap, maar houdt zelf ook stand: kinderopvang en kleuteronderwijs emancipeert de vrouw, biedt hen carrièrekansen en verhoogt de tewerkstellingsgraad. Bijna een wondermiddel, toch?

Daarnaast is er in Vlaanderen reeds een quasi universele dekking: 95 procent van onze kleuters zijn niet enkel ingeschreven, maar ook effectief aanwezig. De kleine minderheid die we niet tegenkomen in de kleuterklassen, vinden we helaas vaak in kansgroepen en later in cijfers rond schooluitval, (langdurige) werkloosheid en intergenerationele armoede. Net dié kinderen die er het meest nood aan hebben en het meest bij zouden baten, lopen het kleuteronderwijs mis.

Is het dan niet tijd om de koe bij de horens te vatten en het kleuteronderwijs te verplichten? De leerplicht vanaf 6 jaar is ingevoerd in 1914, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. De samenleving is geëvolueerd, moet die leerplicht niet mee met de tijd? Vlaanderen zette onder minister Vandenbroucke (toen nog sp.a) stappen in die richting, de huidige minister van Onderwijs in Franstalig België (CdH) is er ook van overtuigd. De PS bepleit diens verlaging in een nieuwe nota, CD&V’ers stemden er voor in hun congres van 2013. Hoewel liberalen niet graag verplichten diende Open Vld in 2011 een decreet in die richting in; met de participatietoeslag van de nieuwe kinderbijslag hebben ze in zekere mate die slag thuisgehaald. MR, N-VA, Ecolo en Groen vervolledigen het rijtje. Welke maatregel kan op zoveel eensgezindheid rekenen over partij- én taalgrenzen heen?

En toch, was het maar zo simpel… Ook Itinera-onderzoek toont de waarde van goede kinderopvang en kleuteronderwijs, en bepleit een hogere participatie en betere kwaliteit. Desondanks is verplicht kleuteronderwijs – jammer genoeg – geen zilveren beleidskogel. Nog los van de vorm van de verplichting, lijkt deze te steunen op een verkeerde diagnose van het probleem.

Verplichten omzeilt de wensen van de ouders, wat gezien de overweldigende voordelen voor kind en maatschappij gegrond kan zijn. Maar onderzoek vond dat ook ouders uit kansgroepen de baten van kleuteronderwijs beamen. Zij ervaren allerhande drempels, gaande van het gevoel dat ‘het niet voor mensen als zij is’ tot de tenten voor schoolpoorten of de schaamte voor sjofele kledij die achterloopt op de laatste rage. Aanwezigheid – zelfs na inschrijving – hangt sterk samen met de nabijheid van de school en het welbevinden op school van kind én ouder.

Bovendien gelden de baten alleen als het gaat om kwalitatieve kinderopvang en kleuteronderwijs. Het einde van de kerstvakantie huldigt traditiegetrouw ook honderden openstaande vacatures binnen het basisonderwijs in. Waar een verplichting riskeert nog meer druk te zetten op een systeem dat nu reeds uit zijn voegen dreigt te barsten, moet het juist gepaard gaan met een opwaardering daarvan.

Participatie verhogen moet in de eerste plaats deze werkelijke en gevoelsmatige drempels wegwerken. Een eerlijke responsabilisering moét gepaard gaan met een inclusieve empowerment. Noch de stok van de verplichting noch de wortel van de participatietoeslag zullen veel baten zolang deze barrières blijven bestaan.

Deze opinie verscheen eerder in De Morgen (12/01/2018).