Het vrije debat en democratie

Opinie

We zouden ons allemaal moeten interesseren aan het vrije en open debat. De vraag is of de huidige tijd daar nog genoeg ruimte voor laat. Allerlei fenomenen maken het in elk geval niet evident. Zo zijn er de bubbles waar mensen in zitten en die hen nauwelijks in contact 

brengen met mensen met andere opvattingen via werkelijke conversatie. Er wordt daarvoor naar de sociale media gewezen waardoor je via het volgen en blokkeren van mensen in staat bent om nog alleen meningen te zien die verwant zijn. De vraag is of dat niet altijd al zo geweest is met klassieke media die vroeger zelfs toebehoorden aan de zuilen. Het voordeel van dat laatste was wellicht dat verschillende visies tenminste de massa konden bereiken.

Vandaag wordt de diversiteit aan opinies bij geschreven bladen wel eens in vraag gesteld. Voor het maatschappelijk debat is het nochtans essentieel dat intellectuelen van allerlei pluimage toegang krijgen tot de fora waar het debat gevoerd wordt. Sommigen gaan ervan uit dat door de opkomst van alternatieven op internet dit euvel overwonnen zal worden. De vraag is wel hoe lang het zal duren vooraleer die nieuwe media vergelijkbaar bereik zullen kennen.

Universiteit

Hoe zit het dan met de universiteit die een vrijplaats hoort te zijn voor de gedachten? Laten we alvast ons hart vasthouden dat het niet zo ver komt als in de Verenigde Staten. De bekende professor Jonathan Haidt heeft daar een opmerkelijk initiatief genomen met de oprichting van de “heterodox academy” (1). Die probeert op te komen tegen intimidatie van professoren die belaagd worden omwille van het gebruik van hun academische vrijheid. In hun nieuwjaarsbrief geeft de “academy” een opsomming die werkelijk ontstellend is. Zo waren er gevallen van geweld die gebruikt werden om “ongewenste sprekers” te verhinderen. Studenten zetten elkaar onder druk om bepaalde lezingen niet bij te wonen (inclusief “shout-downs”). Dit hangt al langer samen met de cultuur van “politieke correctheid”. Evengoed waren er in 2017 intimidatiepogingen tegen “linkse” professoren. Het is langer bekend dat er zware incidenten plaatsvinden op Amerikaanse campussen die wijzen op grote onverdraagzaamheid tegenover de diversiteit aan opvattingen.

Intimidatie

Zo werden sprekers geband van het spreekgestoelte aan universiteiten en elders omdat ze bepaalde feitelijke analyses brengen, vaak over minderheden, die in het verkeerde keelgat schieten. Een explosief voorbeeld betrof allerlei onderzoeken over verschillen inzake IQ en andere maatstaven tussen bevolkingsgroepen. Bekend is de annulering van een lezing door Nobelprijswinnaar James Watson in het Science Museum te Londen op 18 oktober 2007 nadat hij uitspraken had gedaan over intelligentieverschillen tussen rassen (2). Ook dit is geen recent fenomeen. The New York Times stelde in 1986 al dat er veel te veel nadruk was op PC. Maar het begint wel de spuigaten uit te lopen. Vandaar het initiatief van professor Haidt. Bij het detecteren van de intimidatietechnieken gebruiken ze de expertise van leden van Heterdox Academy die opgegroeid zijn achter het IJzeren Gordijn. Dit was bijvoorbeeld het geval met docente Lindsay Shepherd die aan haar studenten een filmpje had laten zien waar Jordan Peterson de positie verdedigde dat niemand wettelijk verplicht kan worden om ‘genderneutrale voornaamwoorden’ te gebruiken (xe in plaats van he/she, xir in plaats van him/her). Haar daaropvolgende ondervraging door de universiteit doet volgens de ervaringsdeskundigen denken aan de dystopische scenes in George Orwells meesterwerk en die schrijvers onder het Sovjetsysteem aan de lijve ondervonden (4).

Dat net Jonathan Haidt de “Heterodox academy” opgericht heeft, is uiteraard geen toeval. Hij werd bekend door zijn bestseller “Righteous mind” waarin hij aan de slag gaat met de vraag: “Waarom worden goede mensen verdeeld door politiek en religie?” In zijn onderzoek toont hij aan op welke morele grondslagen verschillen tussen progressieven en conservatieven berusten. Progressieven hechten relatief veel belang aan rechtvaardigheid en bescherming van de zwakken. Hun gevoel voor compassie met de zwakken is relatief sterker ontwikkeld dan dat van conservatieven. Conservatieven hechten ook aan bescherming, eerlijke verdeling en vrijheid, maar in bijna gelijke mate ook aan loyaliteit, autoriteit en heiligheid. Conservatieven kunnen het makkelijker verdragen dat mensen lijden en dat er offers gebracht moeten worden als het gaat om respect voor het gezag, loyaliteit en heiligheid. Dit kan uiteraard zomaar niet overgezet worden vanuit de Amerikaanse context naar onze. Het onderzoek heeft Haidt wel begrip doen krijgen voor conservatieven in die mate zelfs dat hij zichzelf ondertussen niet meer beschouwt als “liberal”. De pogingen om stereotyperingen te bannen, hebben in sommige gevallen werkelijk absurde proporties gekregen. “African Americans should not be portrayed as athletes; Caucasians should not be portrayed as businesspeople; men should not be portrayed as breadwinners; women should not be portrayed as wives and mothers” (5).

Dit is echter wat je krijgt als je vertrekt van het criterium dat alles wat een student kan kwetsen of verontrusten in bijvoorbeeld examenvragen verwijderd moet worden. Ravitch documenteert zelfs een aanklacht tegen het opnemen van de fabel van Aesop “De vos en de kraai” in een cursus omdat de ijdele en dwaze kraai vrouwelijk is en de vos mannelijk.

Vlaanderen

Voor iedereen die oprecht bezorgd is om het open debat is het cruciaal te onderzoeken wat er gedaan kan worden om dit te vrijwaren. Er mag bij ons ook wel eens een discussie gevoerd worden of de media die gezien worden als dragers van het maatschappelijk debat voldoende diversiteit aan opvattingen een kans geven.

Als sociaal psycholoog wijst Jonathan Haidt op kritieke drempels die voor dergelijke openheid als knipperlichten dienen. Zo stelt hij dat het altijd het geval is geweest in bepaalde faculteiten (sociologie, onderwijskunde…) dat de verhouding progressieven een veelvoud was van conservatieven. Vandaag zijn er echter Amerikaanse universiteiten waar die verhouding van 3 op 1 geëvolueerd is naar 13 op 1. Terwijl bij die eerste ratio de meerderheid nog steeds open staat voor kritiek en tegenspraak, is dergelijke openheid zelden mogelijk bij de recentere extreme verhoudingen. Hoe dat bij ons zit, daar hebben we het raden naar.

Met name moet het fenomeen van “politieke correctheid”  als problematisch gezien worden als het tot gevolg heeft dat sommige dingen niet meer publiekelijk gezegd worden en dus verdrongen worden naar de private sfeer. Een paradox is dat in werken uit de geschiedenis er veel meer ideeën geuit konden worden die vandaag onmiddellijk in beschuldigingen van xenofobie, racisme, seksisme … eindigen. Misschien dat academici bij ons net zoals de “heterodox academy” eens in kaart brengen over welke delen van hun onderzoek ze terughoudend zijn om ze publiekelijk te bespreken. Laten we ook beseffen dat consensus niet tegen elke prijs bereikt moet worden. Ook kan best in kaart gebracht worden in welke mate taboes allerhande ervoor zorgen dat bepaalde problemen dreigen verwaarloosd te worden. Het is essentieel te vermijden dat het eenvoudig is om mensen monddood te maken die reële zorgen in de maatschappij verwoorden.