Het alfabet is voor te veel Belgen een mysterie

Ook in België is er nog laaggeletterdheid: één procent van de inwoners kan zijn naam zelfs niet schrijven. Waarom laten onderwijshervormingen hen in de kou staan, vraagt Simon Ghiotto zich af.

We hebben een uitstekend onderwijsstelsel, maar pijnpunten – of verbeterpunten – zijn niet ver te zoeken, zoals Marc Swyngedouw en Dirk Jacobs in deze krant schreven (DS 9 september). Onze gemiddelden zijn hoog, maar gaan gepaard met een grote ongelijkheid en een zwakke sociale mobiliteit op school. Collega’s Jean Hindriks en Kristof De Witte publiceren volgende week het eerste van twee volumes rond onderwijs waarin ze verder ingaan op deze uitdagingen.

Het reguliere onderwijsstelsel hervormen kan in één klap een massa huidige en toekomstige leerlingen opleiden tot actieve, participatieve burgers. Maar het doet niets voor hen die de schoolbanken al gepasseerd zijn, of ze nooit van dichtbij hebben gezien. Onderwijshervormingen beperkt tot het kleuter-, lager-, secundair- en zelfs hoger onderwijs hebben hun waarde, maar zijn voor deze groep mogelijk too little en zeker too late.

Risicogroepen

Voor 781 miljoen mensen wereldwijd is het alfabet een mysterie, dat is een groot probleem. Maar laaggeletterdheid is er ook bij ons, een welvarend land in het hart van Europa. Eén procent van de Belgen kan zijn naam niet schrijven, 37 procent heeft niet de lees- en schrijfvaardigheid van een scholier uit het hoger secundair onderwijs.

De zwakste definitie van laaggeletterdheid telt nog steeds 110.000 volwassen Belgen die hun naam niet kunnen schrijven. Nemen we een algemenere maatstaf, dan komen we op 15 procent van de Vlaamse beroepsbevolking. Meer dan een half miljoen Vlamingen is niet in staat eenvoudige teksten te verwerken. Zelfs de meest ambitieuze hervorming van het reguliere onderwijs laat hen aan de kant staan.

Weinig verrassend is de eerste generatie migranten een risicogroep, zij heeft bijna vier keer zoveel kans laaggeletterd te zijn. Toch stelt zij slechts iets meer dan een zevende voor van de laaggeletterde bevolking. Ouderen, mensen zonder diploma secundair onderwijs of anderstaligen hebben een sterk verhoogde kans op laaggeletterdheid. Het verbaast niet dat de sociaaleconomische status ook een belangrijke factor is.

Maar wat betekent laaggeletterdheid voor hen? U leest de krant. U verbreedt uw horizonten, leert wat er gebeurt in de wereld en kunt meepraten aan de koffieautomaat. De krant lezen vergt geen of nauwelijks mentale inspanning. Misschien is het zelfs uw ochtendritueel. Toch is een minimale kennis van de taal, zowel gesproken als geschreven, een voorwaarde om volwaardig aan onze samenleving te kunnen deelnemen. U zoekt dingen op online, u ontvangt een brief van de gemeente om een nieuwe identiteitskaart af te halen of van de bank over uw saldo, u leest de bijsluiter van medicatie, u leest en tekent arbeids- of kredietcontracten, u vult een formulier in om aanspraak te maken op een studiebeurs voor uw kinderen. We lezen en schrijven de hele dag door en denken er geen twee keer bij na – behalve dan over hoe die dt-regel nu weer ineen zat. Geletterdheid is een elementaire basisvaardigheid die meer dan een half miljoen Vlamingen niet heeft.

Cirkel doorbreken

Gelukkig zijn we niet machteloos. Ons onderwijssysteem biedt een degelijke basisvorming en er is geen gebrek aan voorstellen om het nog beter te doen. Ook anderstalige nieuwkomers die van meet af aan in een integratietraject terechtkomen, met taalcursussen én toegang tot de arbeidsmarkt, leren relatief snel bij.

Innovatieve experimenten in binnen- en buitenland tonen de weg, met onder meer projecten waar anderstalige moeders taalcursussen kregen, terwijl hun kind kwalitatief voorschools onderwijs en zorg genoot. Voor de kinderen zijn het de eerste bouwstenen van hun schoolse carrière, voor de moeders een opstap naar de taalcursussen en verlaging van de praktische drempel. Wanneer deze ouders voorlezen voor hun kinderen, is het dubbele taalwinst, voor ouder en kind.

De ‘ouderen’ in het besproken onderzoek zijn met hun 55 tot 64 jaar in onze huidige maatschappij nog jonkies, als het meezit, hebben ze nog ruim twintig jaar voor de boeg. In die tijd zullen ze kennismaken met de pensioensadministratie, meer en meer beroep doen op diverse dokters en op zoek gaan naar rusthuizen of serviceflats. Hen de weg tonen naar centra voor basiseducatie versterkt hen niet alleen in hun zelfredzaamheid, maar ook in hun eigenwaarde, en kan het sociaal isolement van (ouderen in) armoede helpen doorbreken.

Het slechte nieuws is dat het een onderschatte, onderbelichtte en hardnekkige uitdaging is. Het goede nieuws is dat Vlaanderen eraan werkt, met een Strategisch Plan Geletterdheid Verhogen en met de Week van de Geletterdheid, die nu loopt. Want laaggeletterdheid is een land als België onwaardig. Nu hard inzetten op deze generatie breekt de cirkel van laaggeletterdheid. Nu inzetten op het volledige onderwijslandschap, voor jong én oud, legt de basis voor een actieve, participatieve en geïnformeerde samenleving.

Deze opinie verscheen eerder in De Standaard (11/9).