Handelsoorlog of nieuwe handelsevenwichten

Opinie

We zitten midden in een hoog oplopende ruzie tussen China en Donald Trump, live te volgen op de twitteraccount van de laatste. Dat er op dit moment vooral een tactisch spel bezig is om finaal nieuwe evenwichten op handelsvlak te bekomen, maakt het des te belangrijker om de dieperliggende uitdagingen nuchter te onderzoeken.

Het presidentschap van Trump zelf is te wijten aan een diep ongenoegen in de Westerse maatschappij en een deel daarvan wordt gevoed door de overtuiging dat de globalisering grote schaduwzijden kent die steeds ontkend worden. We moeten met open blik kijken naar de discussies aan beide kanten zonder angst dat onze argumenten zouden misbruikt worden of gebruikt worden door demagogen of populisten. We zien ook vaak dat uit bestaand onderzoek heel selectief geciteerd wordt.

Onderzoek

Eerder liep er een zware discussie tussen de VS en Mexico over de vrijhandelszone NAFTA die ze samen met Canada hebben sinds 1994. Internationale handel is complexer dan wel eens wordt voorgesteld. Er zijn studies die stellen dat het tot stand komen van NAFTA niet zo bijster veel aan extra welvaart heeft opgeleverd. Maar dezelfde studies geven aan dat het opbreken van NAFTA nu de nieuwe productieprocessen in grensoverschrijdende waardeketens zijn geworteld wel veel schade zou aanbrengen. Als theoretische ramingen inzake de baten van vrijhandelsakkoorden vergeleken worden met ex post evaluaties, dan blijkt een sterke afwijking daartussen standaard te zijn. Voor NAFTA werd initieel een welvaartswinst voorspeld van 0,3% voor de VS terwijl een recente studie de impact slechts op 0,06% schatte.

Politiek explosiever is dat vooral voor lager geschoolden de resultaten heel wat minder rooskleurig bleken. Programma’s om mensen te herscholen en de transitie te laten maken van overbodig geworden jobs naar jobs met toekomstperspectief horen grootschalige handelsakkoorden te vergezellen. Bovendien dient bij de strategie rond handelsakkoorden steevast gekeken te worden naar de gezondheid van de arbeidsmarkt in zijn geheel en naar segmenten. Gemiddelden kunnen opnieuw veel verstoppen. De economische sectoren hebben allemaal niet dezelfde impact ondervonden van NAFTA. Voor veel Mexicanen betekende het vrijhandelsakkoord dat ze een miserabel bestaan op het veld hebben kunnen inruilen voor een job in een autoassemblagefabriek. Ondertussen worden in Mexico modellen geproduceerd van 13 automerken. In 2016 liepen er 3,5 miljoen auto’s van de band. Daarvan exporteerde Mexico er 2,7 miljoen: 86 procent ging naar de VS en Canada. Evengoed sloten er autofabrieken de deuren in Canada en de VS. Een studie van twee economen van de Ball State University uit Indiana berekenden echter dat 87 procent van het verlies aan Amerikaanse industriebanen tussen 2000 en 2010 te wijten is aan nieuwe technologie. Slechts 13% aan buitenlandse handel. Daarnaast trokken sinds 2001 meer bedrijven naar China dan naar Mexico. Evengoed zijn er sectoren in de VS zoals de graan -en maïsexport die erg ondersteund werden door NAFTA. Evengoed moet altijd de vraag gesteld worden wat er gebeurd was zonder vrijhandelsakkoord. Het is immers helemaal niet zeker of de autoproductie in de VS dan zoveel beter was geëvolueerd. Volgens het Center for Automotive Research in Michigan gaan auto-onderdelen wel zeven keer de grens over tijdens de fabricage en zouden zonder Nafta grote delen van de Amerikaanse auto-industrie al lang verhuisd zijn naar lagelonenlanden in Azië, Oost-Europa of Zuid-Amerika. Dit impliceert dat de ingewikkelde autocluster over de Noord-Amerikaanse grenzen heen profiteert van de zowel lage kosten in Mexico als van de technische kennis in de VS.

Convergentie?

Het handelsregime van de wereld is gebouwd op de premisse dat economische praktijken uiteindelijk zullen convergeren. Niet alleen China wijst er op dat dit wel eens een fictie kan blijven. De eerste handelsakkoorden lieten veel ruimte voor landen om hun eigen ontwikkelingskoers uit te zetten. Ten tijde van GATT gingen de onderhandelingen voornamelijk over expliciete tarieven op industriële producten en quota’s aan de grens. Diensten en landbouw waren niet het onderwerp van de onderhandelingen. Onder het WHO-regime kwamen ineens discussies op gang over binnenlands beleid inzake subsidies, gezondheid, veiligheid en intellectuele eigendom. Elke regulering die de import zou afremmen kan nu behandeld worden als een handelsbeperking. Het ondergeschikt maken van binnenlands beleid of het nu gaat over arbeidsvoorwaarden, belastingstelsels of technologische ontwikkeling aan het handelsregime zoud wel eens onverstandig en onhoudbaar kunnen zijn. Elk land heeft een bandbreedte nodig om zijn eigen groeistrategie te bepalen. Trumps uitspraken rond “faire” handel worden weggelachen maar een handelsregime dat minder uitgaat van convergentie naar een uniek economisch model zou wel eens profetisch kunnen blijken.

Politici moeten rekening houden met het draagvlak voor liberalisering. Niemand heeft er iets aan als de voordelen kunstmatig worden overdreven en de bezorgdheden (zoals impact op lagere inkomensgroepen en jobverlies voor sommigen) geminimaliseerd worden. We zouden veel opschieten met meer eerlijkheid.