Gemakkelijke verontwaardiging

Opinie

Elke zomer zijn onze publieke zwembaden, zwemvijvers, stranden en parken het toneel van een sociologisch experiment. De anders vooral onzichtbare verscheidenheid van onze samenleving wordt er zichtbaar. Bevolkingsgroepen die elkaar anders vooral ontlopen of mijden, lopen er elkaar letterlijk voor de voeten. En elk jaar opnieuw geeft dat rimpels, over groepsgedrag, over kledingvoorschriften zoals de boerkini, nu ook over een apart zwemuur voor vrouwen in het openluchtbad in Anderlecht.

Ik ben gevoelig voor de vrouwenemancipatie, de persoonlijke vrijheid en voor de seculiere publieke ruimte die in onze samenleving de beleving van elke religie begrenst. Ik vind boerkini’s en nikabs religieuze symbolen die naar vrouwendiscriminatie stinken, eerder dan bewuste statements van vrouwenmode. Ik vind gescheiden zwemuren voor vrouwen flagrante seksuele segregatie en seksediscriminatie, wat mij betreft onverenigbaar met de functie van een openbaar zwembad.

Maar tegelijkertijd bekommer ik mij over de oppervlakkige symboliek en de defensieve retoriek in deze discussie. We zijn een immigratienatie met significante moslimgemeenschappen. De religieuze en culturele tradities van minderheden kruiden en kleuren onze samenleving. Waarom ervaren we die als een bedreiging en niet als een verrijking? Waarom hebben we geen vertrouwen in geleidelijke culturele assimilatie over generaties, met een residu van grotere belevingsdiversiteit voor iedereen?

Onzekerheid over eigen identiteit

In het grote misbaar over boerkini’s, hoofddoeken en zwemuren zie ik vooral de onzekerheid over onze eigen identiteit en ons cultureel leiderschap in integratie. We voelen ons bedreigd door een lapje stof en door religieuze tradities die we zelf amper hebben afgeschud omdat we twijfelen aan ons vermogen om minderheden in onze samenleving te versmelten. We missen het zelfvertrouwen, het beschavingsbesef en de samenlevingsmissie waarop succesvolle immigratienaties een positieve spiraal van participatie en integratie bouwen.

Het intellectuele multiculturalisme en het postkolonialisme hebben ons opgezadeld met een cultureel vacuüm en een identiteitstwijfel waarbij vreemde tradities meteen als dominant en bedreigend worden ervaren. Onze reactie is juridiseren en een discours van mensenrechten, de toeverlaat van een samenleving vol regels maar zonder kern. Er is een lange weg terug naar een spontane en aantrekkelijke leidcultuur, met inburgering en canon als artificiële eerste stappen.

Die weg terug gaat ook langs de economie. We zouden de culturele bagage van immigratie veel minder problematiseren indien immigratie een motor van vernieuwing en vooruitgang zou zijn. We kennen veel te veel intergenerationele armoede en marginalisering onder niet-Europese immigranten en hun nakomelingen, en veel te weinig de opwaartse mobiliteit die eindigt in natuurlijke assimilatie. Maak van immigratie een economisch succesverhaal en haar culturele dimensie wordt een bonus.

Revival van islamitische tradities

De revival van islamitische tradities is ook de keerzijde van een westerse samenleving waarin generaties minderheden verloren lopen en op zoek moeten naar zichzelf bij gebrek aan andere bestemming. De aantrekkingskracht van conservatieve islamitische waarden is ook de keerzijde van een westerse samenleving die de moderne islam niet omarmt en zo de antimoderne islam importeert, inclusief radicale imams. We zouden ons geen zorgen moeten maken over vestimentaire en andere tradities als we wisten dat moslima’s vrij kunnen handelen en hun eigen lot in handen hebben.

Ons terecht verzet tegen culturele of religieuze achterstelling en discriminatie is daarom ook een schuldbekentenis. Verontwaardiging is gemakkelijk. Een dynamische en inclusieve immigratienatie maken, is moeilijk. Maar dat is nochtans de echte opdracht.