Gele hesjes, globalisering en technologie

Analyse

Heel wat Europese landen kennen momenteel een historische hoge tewerkstelling en een lage werkloosheid. 2017 en 2018 waren zeker geen slechte jaren voor de Europese economie. De acties van de ‘gele hesjes’ maken evenwel duidelijk dat de link tussen tewerkstelling en welvaart onder druk staat.

Vertegenwoordigen de ‘gele hesjes’ een klein of een aanzienlijk deel van de bevolking? Volgens Eurostat behoort in 2016 9,8% van de werknemers in de Europese Unie tot de ‘working poor’. In enkele landen steeg het aantal ‘working poor’ sterker dan de totale tewerkstelling. Frankrijk telt 8% ‘working poor’, wat iets beter is dan in andere grote landen zoals het Verenigd Koninkrijk (8,6 %) en vooral Duitsland (9,5 %). Met 4,7% ’working poor’ in 2016 presteert België relatief goed.

De rekruteringsbasis van de ‘gele hesjes’ in de Europese Unie is echter veel groter dan de statistieken van Eurostat suggereren. McKinsey concludeerde in 2016 dat 65 tot 70% van de huishoudens in 25 Westerse landen in de periode van 2005 en 2014 geconfronteerd werd met stabiele of dalende marktinkomens. Na correctie voor allerhande sociale en fiscale herverdeling was het inkomen voor ‘slechts’ 20 tot 25% van de huishoudens in de periode van 2005 tot 2014 stabiel tot dalend. De ongelijke verdeling van de baten van economische groei en de druk op de inkomensontwikkeling kan niet zomaar toegeschreven worden aan de globalisering. Bovendien brengt vrijhandel grote koopkrachtvoordelen voor de laagste inkomens met hoge consumptiequotes.

Een tax shift met lagere belastingen voor de laagste inkomens is essentieel. Wie slechts 67% van het gemiddelde inkomen verdient, kijkt vandaag aan tegen een gemiddelde fiscale druk van 37,6% in de Europese Unie. Dit percentage is verrassend hoog want een deel van deze werknemers flirt met de statistische armoedegrens. In België bedraagt de fiscale druk voor de lage inkomens uit arbeid echter fors meer, namelijk 47,2%.

Lees meer in het rapport ‘Gele hesjes, globalisering en technologie‘ van Senior fellow Johan Albrecht en Bruno Merlevede

Bijlage(n)