De financiering van de Europese begroting: wie betaalt ?

Analyse

Sinds het ontstaan van de E.G.K.S. (Europese Gemeenschappen voor Kolen en Staal) in 1951 zijn er mechanismen uitgewerkt tussen de lidstaten om de desbetreffende gemeenschappelijke begroting te financieren. Zowat 70 jaren later zijn er al wat studies  gepubliceerd over het thema van de financiering van de EEG ( Europese Economische Gemeenschap ) en later de Europese Unie.

Het financieringssysteem is erg lang gebaseerd geweest op nationale bijdragen van de lidstaten.

In 1970 beslissen de zes toenmalige lidstaten om het stelsel van de eigen middelen in te voeren (21 april 1970). Dit is heden ten dage nog steeds de basis van de financiering van de EU ( Europese Unie ) begroting.

Deze studie gaat  nader in op de werking  van dit besluit met betrekking tot de Europese “Eigen Middelen”. Daarnaast wordt er ook aangetoond welke landen en burgers hoofdzakelijk moeten betalen voor deze EU begroting. De berekeningen in dit werkstuk zijn gebaseerd op de laatst goedgekeurde EU begroting, namelijk die van het jaar 2019 en is zodoende een ‘update’ van de vorige “Itinera” studie uit 2012.

Een studie van Prof. dr. Herman Matthijs en Chief Economist Ivan Van de Cloot.

Bijlage(n)