Naar een beter coronabeleid

Opinie

Het coronabeleid is aan een tweede adem toe. Al van begin de crisis was het belang van zogenaamde asymmetrische maatregelen evident. Wanneer testen en contacttracing goed werken, en mondkapjes tijdig verdeeld, dan zijn vrijheidsbeperkingen, met grote economische gevolgen, minder noodzakelijk. Die asymmetrische maatregelen zijn cruciaal, want ze zijn minder duur en langer vol te houden, maar ze vergen een excellent beleid. Op dit moment zijn er nog veel discussies en onzekerheden maar ook een aantal evidenties die aandacht verdienen. 

 

1. Lokaal ingrijpen en brononderzoek

Er wordt opgeroepen tot eenheid van commando. Dat is nodig, maar contact tracing in meer landen toont aan dat vooral lokale besturen een hoge effectiviteit bereiken. De centrale coördinatie moet vooral zorgen dat ze daar geen stokken in de wielen steekt. Als federale of regionale overheid moet men ook eens wat inzicht verwerven in de eigen tekortkomingen. Licht uw draaiboeken maar eens door zodat ze niet te complex zijn en stop met te vragen dat lokale besturen voor elk stapje eerst weer moeten terugschakelen naar het centrale orgaan.

Aziatische landen blinken vaak uit in zogenaamd brononderzoek. Brononderzoek is iets ander dan contacttracing. Bij contacttracing, zoals we dat hier kennen gaat men van patiënten risicovolle contacten opsporen en duidelijk maken waarom en hoe ze in zelfisolatie of quarantaine moeten gaan. Bij brononderzoek wordt achterwaarts gewerkt wordt om te achterhalen in welke clusters de besmettingen precies toeslaan. Net dit blijkt in nogal wat Aziatische landen het verschil te maken.

Bij onze Vlaamse overheid zegt men dat het geen prioriteit is. Een invloedrijk artikel in The Atlantic benadrukt nochtans het belang ervan en citeert meerdere studies dat 10% tot 20% van de geinfecteerden misschien wel verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de besmettingen. Dit fenomeen van ‘superverspreiding’ toont net aan dat het veel lonender kan zijn om achterwaarts te zoeken van waar de besmetting komt dan via contactopsporingen ‘voorwaarts’ te onderzoeken. Best doe je beiden uiteraard maar dan is het meer dan opmerkelijk dat onze Vlaamse overheid zegt dat brononderzoek geen prioriteit is. Het is duidelijk dat lokaal veel beter ingegrepen wordt en dat leidt tot meer performantie.

2. Informatie en datamanagement

Essentieel om lokaal in te grijpen zijn goede fijnmazige data. Zeven maanden na de initiële lockdown beschikken Brusselse burgemeesters niet over gedetailleerde info over welke wijken of leeftijdsgroepen het zwaarst getroffen zijn. Gebrekkige data maken het problematisch om haarden te identificeren wat nochtans essentieel is om een ontsporing af te wenden. Zoals botte algemene maatregelen symptomen zijn van een falend beleid op nationaal vlak is dat ook zo voor een diverse regio als het Brussels Gewest. In Antwerpen worden deze wijkdata ondertussen wel performant benut.

3. Communicatie

Dat in België soms meer dan in andere landen verwarring ontstaat, heeft veel te maken met politici die hebben geprobeerd zich achter experten te verstoppen. De meeste experten zijn het nochtans over veel zaken eens – en laat ze alstublieft vooral uitkomen voor wat ze denken. Wel is het belangrijk duidelijk te maken dat de wetenschappers debatteren en de politici beslissen. Over niet alle zaken bestaat al wetenschappelijke consensus en toch moeten er knopen doorgehakt worden. Het is essentieel de drempels voor scherpere maatregelen publiekelijk te communiceren. Nu lijkt een cyclus van grote onrust een erg onwenselijke routine te worden. Een tactiek die angst gebruikt om mensen tot beter gedrag te dwingen is risicovol. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Duidelijkheid en discipline gaan hand in hand. Perspectief en duidelijke communicatie naar de burger toe, daar is het in deze crisis vaak misgelopen.

Corona is een test voor de beleidscultuur van een land. Uiteraard moet het beleid burgers wijzen op de gevolgen van hun gedrag in een epidemie. Best dient dit wel zo fijnmazig mogelijk op de doelgroep toegespitst te zijn. Bovendien kan het betwijfeld worden dat het erg productief is om dat op een verwijtende wijze te doen. De overheid dient ook eens stil te staan bij haar geloofwaardigheid. Ze maande de bevolking aan om haar gedrag te verbeteren en beloofde zelf om het bron -en contactonderzoek tegen 11 mei op orde te hebben, terwijl half juli nog bleek dat er maar 4 gezondheidsinspecteurs voor heel Vlaanderen zijn. Ook hier is meer evenwicht nodig: aan de bevolking kan meer gevraagd worden, mits de politiek haar eigen huishouden beter op orde heeft.

De waarheid is dat ons land heel sterk kijkt naar wat andere landen beslissen. Op zich is daar niet per se iets verkeerd mee hoewel men misschien eens wat meer naar Duitsland kan kijken dan te focussen op Macrons Frankrijk. Sinds aanvang is de inzet asymmetrische maatregelen te benutten die effectief zijn en niet de maatschappij ontwrichten. Duitsland is een voorbeeld van een land sterk in asymmetrische maatregelen. Toen Duitsland een Corona-app lanceerde, was het wijs om dat van dichtbij te bekijken. Als onze Oosterburen nu sneltesten aankopen, zou het vreemd zijn om die piste ook voor ons land niet heel goed te bestuderen.

Heel deze crisis heeft keer op keer aangetoond dat het misplaatst is om de crisis te beheren vanuit een zoektocht naar “perfecte” maatregelen. Uiteraard hebben sneltests hun beperkingen dat betekent echter niet dat ze geen waardevolle rol kunnen spelen in een doordachte teststrategie. Als ze enkel de meest besmettelijke gevallen opsporen maar daar wel heel snel over informeren, dan kan er wel degelijk een plaats voor zijn.

Een organisatie die ons land ook bijstaat is de wereldgezondheidsorganisatie. Deze stelt nu dat ze wereldleiders oproepen om lockdowns niet meer te gebruiken als primair controlemethode.