Economische verschillen en convergentie: haalt Wallonië zijn economische achterstand in?

Analyse

Marshallplannen

Elk Belgisch gewest heeft tien jaar geleden een plan ingevoerd om zijn regionale ontwikkeling te bevorderen. Het gemeenschappelijke parool was bundeling van de economische en onderzoeksactiviteiten in elk gewest om excellentiepolen te vormen. Het Marshallplan voor Wallonië had bovendien de ambitie om de Waalse industrie om te schakelen en de economische achterstand van Wallonië weg te werken.

De ontwikkeling van de excellentiepolen

Hoe staat het er tien jaar later voor? Haalt Wallonië zijn economische achterstand in? Is het regionale beleid van Wallonië, Vlaanderen en Brussel op basis van excellentiepolen gepaard gegaan met een ongelijke economische ontwikkeling binnen de gewesten met het risico dat bepaalde geografische gebieden een achterstand hebben? Hoe zit het met de verdeling van de besteedbare inkomens tussen gewesten en arrondissementen? Deze vragen zijn met name van belang sinds de zesde staatshervorming, die de financiering van de gewesten en gemeenschappen nauwer met hun respectieve economische groei verbindt. Deze vragen zijn ook belangrijk omdat ze de economische en sociale cohesie van ons land en zijn gewesten betreffen.

Effecten op de economische cohesie

Het centrale resultaat is dat de gewestplannen voor economische ontwikkeling niet gepaard zijn gegaan met een toename van de ongelijkheden tussen de gewesten. We zien echter dat de productie per inwoner in Wallonië en Vlaanderen geen convergentie vertoont. Het aandeel van elk gewest in het Belgische BBP over de periode 2000-2013 blijft gelijk: 55% voor Vlaanderen, 25% voor Wallonië en 20% voor Brussel. De productie per inwoner in Vlaanderen en Wallonië convergeert daarentegen wel naar de productie per inwoner van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wat hoofdzakelijk komt door de snelle groei van de Brusselse bevolking.

Binnen elk gewest is de verdeling van de economische activiteit ongelijker geworden. In de top 10 van arrondissementen die de sterkste groei van het BBP per inwoner hadden, vinden we vijf Waalse arrondissementen (Nijvel, Hoei, Doornik, Thuin en Marche-en-Famenne) en vijf Vlaamse arrondissementen (Ieper, Eeklo, Oudenaarde, Aalst en Turnhout). De arrondissementen met een (persistente) achterstand, dat wil zeggen degene die een gering BBP bij aanvang en een laag groeipercentage hadden, zijn Virton, Diksmuide, Verviers, Zinnik, Maaseik, Aarlen, Charleroi, Borgworm en Aat.

Effecten op de sociale cohesie

De verschillen in beschikbaar inkomen per inwoner worden kleiner tussen arrondissementen van eenzelfde gewest. Over het geheel genomen, zien we een convergentie van het beschikbare inkomen per inwoner. Volgens onze berekeningen zou het 15 jaar duren om de verschillen in beschikbaar inkomen tussen arrondissementen van eenzelfde gewest met de helft te verminderen en 49 jaar om de verschillen in beschikbaar inkomen tussen arrondissementen van verschillende gewesten met de helft te verminderen. De vermindering van de verschillen in beschikbaar inkomen wordt bevorderd door de pendelaars, die naar plaatsen reizen waar werk is, en door de verhuizingen naar de rijkere arrondissementen. Desondanks verloopt deze mobiliteit niet voor alle productiegebieden even vlot en het risico van achterstand is te zien in de arrondissementen van de Waalse as.

Politieke aanbevelingen

Kortom, als België zijn economische ontwikkeling door middel van competitiviteitspolen wil voortzetten, moeten we de sociale cohesie tussen gewesten en arrondissementen waarborgen. Een belangrijke factor van deze sociale cohesie is de mobiliteit van werknemers door middel van pendelen en de woonmobiliteit. We moeten de toegang van werknemers tot de werkverschaffende gebieden bevorderen, met name tussen gewesten. Dat vereist beheersing van het Nederlands bij de Franstaligen. Dat vereist soepelheid van ons openbaar vervoer en een flexibelere vastgoedmarkt. België is nog steeds het Europese land met de zwaarste belasting op vastgoedtransacties en de recente tax shift heeft daar niets aan veranderd.

Raadpleeg hier het volledige rapport:

http://www.regards-economiques.be

Bijlage(n)