Donald Trump, bondgenoot van China

Mei wordt de maand van de waarheid voor de lopende handelsgesprekken tussen de Verenigde Staten en China. Met miljarden aan invoerheffingen ontketende president Donald Trump eigenhandig de handelsoorlog die China naar de onderhandelingstafel dwong. Amerika wil meer Chinese aankopen van Amerikaanse producten, meer toegang voor Amerikaanse bedrijven tot de Chinese dienstensector en minder diefstal van de intellectuele eigendommen van Amerikaanse investeerders in China.

Op de drempel van een nieuwe presidentscampagne kan Trump een overwinning goed gebruiken. Ik zie al zijn triomftweets over een historische doorbraak, miljarden inkomsten en duizenden jobs. Trump verstaat als geen ander de kunst van de premature politieke hyperbool. Denk aan zijn misplaatste zegekreten over Noord-Korea, IS en Syrië, de muur met Mexico, tussentijdse verkiezingen, het Mueller rapport, en zoveel meer. Ik verwacht meer van datzelfde.

Trump heeft China publiekelijk tot vijand verklaard. Maar hij voert de oorlog van gisteren met wapens van eergisteren. De strijd gaat niet over handel en de wapens zijn niet handelstarieven. Economisch is de inzet het Chinese staatskapitalisme, drijvend op overheidssturing, overheidscontrole, overheidsbesteding en overheidssteun. Zolang de communistische partij in China winnaars en verliezers blijft kiezen, kan er geen eerlijke handel met China bestaan.

Politiek vrij spel

Zolang de centrale planning vanuit Peking de Chinese economie stuurt, is concurrentievervalsing systemisch. Zolang China communistisch blijft, zal China geen markteconomie worden. Het Chinese economische model is de reflectie van het Chinese politieke model. Het is bijzonder paradoxaal dat dezelfde Trump die China economisch onder vuur neemt, China politiek volledig vrij spel laat. Terwijl Trump bikkelt over wat miljarden extra Amerikaanse export voor de Chinese middenklasse, laten de mensenrechten in China hem ijskoud.

Doordat Amerika de strijd om waarden en ideeën opoffert aan de strijd om geld, kan China ongestoord richting autoritarisme kantelen. De controle over de media, het internet, de universiteiten, de kunst, de rechtbanken en het bedrijfsleven neemt er alleen maar toe. Met de hulp van de modernste technologie is China hard op weg om de eerste digitale politiestaat te worden. Wie met China handel drijft, wie in China investeert, is objectief medeplichtig aan het bestendigen van dat regime.

Levensstandaard is de wisselmunt voor vrijheid in China, de levensverzekering voor de communistische partij. Door handel met China te faciliteren, door investeringen in China te stimuleren, zal Trump uiteindelijk die vijand helpen. Ondertussen is zijn vijandretoriek een gratis vijandbeeld voor het Chinese regime dat daarmee de nationale trots en het nationalisme van de Chinezen kan recupereren voor zijn eigen machtspositie.

Alternatieve wereldorde voeden

Amerika is gekant tegen het fameuze ‘Belt and Road’ initiatief waarmee China meer dan zestig landen verbindt rond een handel- en zeevaartroute die met Chinees geld wordt gebouwd. Amerika wil dat iedereen de Chinese technologiereus Huawei weert voor de aanleg van de volgende generatie draadloze telecommunicatienetwerken. Maar je kan niet tegen Chinese geopolitieke invloed zijn en tegelijkertijd China economisch onderhouden. Wie met China handel voert, voedt ook een alternatieve Chinese wereldorde.

We zien iedere dag hoe China militair, economisch, strategisch en ideologisch invloed projecteert die de westerse wereldorde van na de tweede wereldoorlog contesteert. De selectieve blindheid van Donald Trump voor de politieke onderbouw van het Chinese economische model, maakt hem daarvan tot een objectieve bondgenoot. Hij zal misschien victorie kunnen kraaien in deze kleine veldslag, maar dreigt daarmee de Chinezen de oorlog cadeau te doen.

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.