Migratie, welvaart en de waarden van democratie

Ook in 2016 zal wereldwijde migratie een van de belangrijkste trends zijn. Het aantal immigranten nam van 92 miljoen in 1960 toe naar 165 miljoen in 2000. Vandaag zouden het er 232 miljoen zijn. Terwijl de migratiegroei lang rond 1 procent op jaarbasis lag, versnelt die duidelijk sinds 2000.

De grote brok is migratie van arme naar rijke landen. Het migratiecijfer wordt bepaald door de grootte van het inkomensverschil, het inkomensniveau van het land van herkomst en de omvang van de reeds aanwezige groep migranten. Hoe groter het netwerk van immigranten die zich al gevestigd hebben, des te makkelijker nieuwe migranten de weg vinden.

De groei in arme landen maakt het hen mogelijk om kennis te nemen van het betere leven in het Westen en om geld te steken in migreren. Hoewel er dus goede vooruitzichten zijn dat een heel aantal arme landen geleidelijk hun relatieve achterstand zullen inlopen, zal de absolute inkomenskloof nog enkele decennia groot genoeg zijn om een sterke – zelfs nog toenemende – stimulans te zijn voor migratie.

De eenvoudigste economische modellen stellen dat zonder beperkingen op verplaatsing, de migratie zal doorgaan tot de inkomens gelijk zijn geworden. Nu weten we dat dit destijds misschien opging voor de migratie van Europa naar Amerika, maar niet per se vandaag, zolang in sommige landen aan de voorwaarden voor welvaartsontwikkeling niet is voldaan.

Het moderne ontwikkelingsdebat is een ‘governance’-debat: hoe de gemeenschap inrichten opdat er instellingen ontstaan die de cruciale welvaartshefbomen bevorderen. De rechtstaat zet aan tot investeren, omdat men niet moet vrezen de vruchten kwijt te geraken. Kortom, welvarende landen hebben betere politieke en economische instituties dan arme landen.

Duizenden jaren lang, tot in de twintigste eeuw, waren gewone mensen overal arm. Een hoge levensstandaard was het privilege van uitbuitende elites en niet de normale beloning van productieve arbeid. Zonder de noodzakelijke aanpassingen, zou die treurige toestand waarschijnlijk zijn blijven bestaan. In arme landen is dat nog altijd het geval.

Als de welvaart van de rijke landen steunt op een sociaal model dat werkt, heeft dat cruciale gevolgen voor migratie: migranten ontvluchten in wezen landen met een slecht werkend sociaal model. De erkenning dat arme samenlevingen economisch slecht werken zou ons moeten waarschuwen voor de lichtvaardige beweringen van het multiculturalisme: als een behoorlijke levensstandaard waarde heeft, zijn volgens dat criterium niet alle culturen gelijkwaardig. Al is het economische niet het enige ijkpunt om een maatschappij te beoordelen. Maar wel een belangrijk punt, en één dat dus samenhangt met diepere kenmerken van ons model. Natuurlijk kunnen maatschappijmodellen evolueren. Een aantal van zulke verschuivingen zijn zelfs nog redelijk recent. Binnen West-Europa wierpen Spanje, Griekenland en Portugal in de jaren zeventig hun dictatuur omver en omarmden de democratie. In 1989 verwierp de Sovjet-Unie het communisme, een verandering die ook grote invloed had op ontwikkelingslanden. Anderzijds blijken vele regio’s veel minder vatbaar transformatie in die zin zoals een groot deel van de Arabische wereld vandaag aantoont. Duizenden jaren lang, tot in de twintigste eeuw, waren gewone mensen overal arm. Een hoge levensstandaard was het privilege van uitbuitende elites en niet de normale beloning van productieve arbeid.

Het cultuurrelativisme is sterk doorgedrongen in het maatschappelijk debat, nadat het decennia als criterium werd gehanteerd om beschouwd te worden als lid van een progressief en goedbedoelend deel van onze samenleving. Dat heeft een impliciete druk opgeleverd om zelfs in eigen land terughoudend te zijn met trots over onze westerse waarden. Onderzoek daarentegen toont meer en meer dat welvaart veel meer afhangt van die waarden en de instituties die ermee samenhangen. Paradoxaal stemmen migranten zelf massaal met hun voeten voor ons welvaartsmodel.

Rechtsfilosoof Paul Cliteur beschrijft multiculturalisme als het verdelen van de staat in religieuze gemeenschappen, of wat het ‘verdelen van de natie’ is genoemd. Het was de voorbije decennia de lieveling van het establishment bij ons. In Nederland stelde minister van Justitie Piet Hein Donner (CDA) in 2006 dat hij geen bezwaar zag tegen het invoeren van de sharia mochten twee derde van de Nederlanders dat willen. Hij stelde ook: ‘Als iemand weigert een vrouw de hand te schudden, heb je dat te accepteren.’

Om eindelijk met realiteitszin gezond om te gaan met migratie, is het cruciaal dat politici notie nemen van de economische factoren die wereldwijde migratie aandrijven. En moet het besef dat men de waarden van een democratie moet verdedigen om haar in stand te houden, opgewaardeerd worden.