De politieke crisis is een waardecrisis

Peking is weer het toneel van het Nationaal Volkscongres, de barometer van de macht in China. Opvallend is de talrijke aanwezigheid van grote fortuinen. Ruim tweehonderd topondernemers maken hun opwachting als parlementsleden. Tel daar nog de vette vissen van de vele Chinese staatsbedrijven bij. Het communistische volkscongres is een kapitalistisch miljardairscongres. Mao draait zich om in zijn graf.

China is een spiegel waarin we de reflectie van het economische nationalisme in de 21ste eeuw kunnen zien. In tijden van handel en globalisering leidt de politisering van de economie tot georganiseerde plutocratie, ten bate van nationale kampioenen en ten koste van alles wat naar eerlijke concurrentie ruikt. We zijn nog niet in Rusland, waar het Kremlin en zijn oligarchen de hele samenleving in een web van collusie en corruptie versmachten. Maar we gaan wel die richting uit.
Kijk naar de Verenigde Staten van Donald Trump, economische nationalist in chief. Zijn kabinet bestaat vooral uit ex-bedrijfsleiders en ex-militairen. Die zijn al goed voor zichzelf bezig. Om Amerika weer groots te maken, wil Trump immers grote Amerikaanse bedrijven groots maken, door minder internationale concurrentie, meer infrastructuurwerken, gigantische defensie-uitgaven en fiscale cadeaus. Met Trump zit een Franse socialist van de oude school in het Witte Huis, die schaamteloos de politiek en het bedrijfsleven vermengt. En wat Amerika doet, wordt elders geïmiteerd.

Economisch en sociaal antiliberalisme

Het zijn rare politieke tijden. Economisch schuift politiek rechts op naar links op de as staat/markt. Sociaal en cultureel schuift politiek links op naar rechts, op de as progressief/conservatief. De twee vinden elkaar in een chaotisch midden waar populisten een monsterverbond van economisch en sociaal antiliberalisme kunnen smeden. Dat ondermijnt als vanzelf alle constructies die op tegenovergestelde waarden zijn gebaseerd: de Europese Unie, de Verenigde Naties, mensenrechten, migratie en de open samenleving in het algemeen.De grond verschuift dus onder de klassieke politieke partijen en hun breuklijnen. Overal staan kapers op de kust. Ofwel grijpen ze de macht, ofwel besmetten ze de rest. Als die trend doorzet, belanden we in een nieuwe orde: een wereld die de wereld na het einde van de Koude Oorlog vervangt, harder, geslotener, oneerlijker, egoïstischer, onveiliger, onzekerder, onvoorspelbaarder.

Vertrouwenscrisis

Het gevaar is reëel, maar niet onafwendbaar, nog niet. Ik zie vooral een crisis van vertrouwen. Vertrouwen in de open markt betekent vertrouwen in de marktspelers. Vertrouwen in de open samenleving betekent vertrouwen in de medemens. Het vertrouwen in de markt ging onderuit door de bankencrisis, het vertrouwen in de samenleving ging onderuit door immigratie en terrorisme. Daarmee verdween ook het vertrouwen in politiek, staat en instellingen, waarvan we terecht verwachten dat ze de economie reguleren en de samenleving
ordenen.

Onder de vertrouwenscrisis zit echter een waardecrisis. De markt ontspoort ook omdat bedrijven zich onvoldoende maatschappelijk verantwoordelijk tonen. De samenleving ontspoort ook omdat burgers onvoldoende burgerschap tonen. De democratische rechtsstaat ontspoort ook omdat zijn leiders onvoldoende leiderschap tonen. Dat is allemaal niet algemeen en universeel. Maar het is wel voldoende om systemisch te zijn. Voldoende om van een collectieve waardecrisis te kunnen spreken. Waarden onderscheiden de westerse wereldvisie van andere, de Chinese op kop. Elk alternatief voor de sluipende nieuwe wereldorde moet daarom starten met een moreel reveil.