De onvoorspelbare terrorist: waarom positieve resultaten uitblijven bij de voorkoming en aanpak van radicalisering

Persbericht

Vanaf het moment dat  Belgische jongeren naar Syrië trokken om er de jihad te voeren, schoten de projecten om dit  te voorkomen, als paddenstoelen uit de grond: leerkrachten, maatschappelijk werkers, imams… Vele burgers die in aanraking kwamen met jongeren werden opgeleid om tekenen van radicalisering te leren herkennen en te melden. Tegelijkertijd stuurde de overheid boodschappen de wereld in om terrorisme te ontmoedigen, en schakelden de gevangenissen cipiers en moslimconsulenten in om radicalisering bij gedetineerden aan te pakken.

Visiting fellow prof. dr. Marion van San onderzocht wat deze deradicaliseringsprojecten hebben opgeleverd. Hebben de ingrepen van de overheid kunnen voorkomen dat jongeren radicaliseren en helpen ze geradicaliseerden weer op het juiste pad?

Allemaal expert
Sinds de aanslagen in Parijs in 2016 wordt er in scholen ingezet op preventie van radicalisering. Speciaal daarvoor geselecteerde medewerkers uit het onderwijs krijgen een opleiding zodat ze het proces van radicalisering leren herkennen, de ernst ervan kunnen inschatten en conflictsituaties depolariseren. Ze zijn hét aanspreekpunt voor de leerkracht die geconfronteerd wordt met radicalisering. Er is een ‘hotline’ waar bezorgde leerkrachten met vragen terecht kunnen, die worden beantwoord door specialisten. Niet alleen het onderwijs, ook het maatschappelijk middenveld en het jeugd -en jongerenwerk moeten een rol spelen. Maar wat betekent dat voor de expertise van de medewerkers en hun vertrouwensband met de jongere?

Counterterrorism
Tegenboodschappen zoals video’s waarin uitgelegd wordt hoe jongeren gerekruteerd worden, worden op sociale media gepost. Deze video’s worden druk bekeken, gedeeld en becommentarieerd.

Gezinsbegeleiding
Bij deze vrij nieuwe manier van werken leren gezinsleden van de geradicaliseerde hoe ze provocatie kunnen herkennen, conflicten de-escaleren en tot compromissen kunnen komen die respect tonen voor het geloof van de jongere, terwijl toch het beeld van extremistische groepen wordt doorbroken.

Heroriënteringsprogramma’s
In Belgische gevangenissen gaat men ideologische gesprekken aan met geradicaliseerden, besteedt men aandacht aan geopolitieke frustraties en helpt men deze gedetineerden aan een baan of een opleiding.

Op basis van de resultaten deze verschillende deradicaliseringsprojecten formuleert Marion van San enkele beleidsaanbevelingen.

Aanbevelingen voor het beleid

–          Het is nog te vroeg om te kunnen concluderen wat werkt en wat niet maar we moeten het idee loslaten dat we het proces van radicalisering kunnen herkennen en dat we met de juiste tools en juiste criteria kunnen anticiperen op het ontstaan van de toekomstige terrorist. Het is twijfelachtig dat de ingeslagen weg waarbij een hele gemeenschap gemobiliseerd wordt om de eerste tekenen van radicalisering te herkennen, de juiste is. Radicalisering is in eerste instantie een pedagogisch probleem, zo blijkt uit biografieën van geradicaliseerden. Aangezien ouders als eersten verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun kinderen is het aan te raden hen meer te ondersteunen, eerder dan hun taak over te pakken. De eerste resultaten van het gezinsbegeleidingstraject lijken bemoedigend.

–          Leer jongeren vreedzaam te strijden voor hun idealen.

–          Ideologische gesprekken met geradicaliseerden verdienen een kans hoewel het te vroeg is om te besluiten dat ze impact hebben. Het is van belang om met verschillende initiatieven, in combinatie met elkaar, wat langer te experimenteren.

De huidige aanpak van de overheid riskeert  valse verwachtingen bij de burgers te wekken. Antiradicaliseringsbeleid is momenteel gebaseerd op trial and error. Het gedrag van  terroristen en geradicaliseerde personen is onvoorspelbaar, en voorlopig we weten niet hoe we daarmee om moeten gaan.

Voor verdere informatie kunt u de auteurs, Leo Neels en Marion van San, bereiken op het nummer 0495 50 40 60.