De grote coronatest

Een eeuw is een eeuwigheid in de oorlog tegen een virulent virus. Tegen de tijd dat deze regels verschijnen, is de eerste besmettingspiek wellicht ook in België een feit. Ik hou mijn hart vast. De geluiden uit de Belgische zorgsector zijn onrustwekkend. Geen enkel land heeft een ziekenhuiswezen op maat van een pandemie. Maar België ontbeert blijkbaar basismateriaal en basisinfrastructuur om gezondheidsmedewerkers te beschermen, patiënten te isoleren en overslaande besmettingen te vermijden.

Het coronavirus is een test voor goed bestuur. Alle landen lopen achter de feiten aan, maar wel in zeer ongelijke mate. De ervaring in China en Azië gaf heel Europa een periode om zich voor te bereiden op wat zou komen. Geen enkel Europees land heeft die tijd goed benut. De VS van de zwalpende Trump nog minder. China leerde uit zijn fouten en ging de totale confrontatie aan. Zuid-Korea en nadien Japan stelden een voorbeeld met grootschalige preventieve detectie. Australië is elke verspreidingsfase vooralsnog een stap voor.

Europa blijft achterophinken en improviseren. De omvang van het overheidsbeslag en de sociale zekerheid is blijkbaar omgekeerd evenredig met de kwaliteit en de daadkracht van het bestuur. De afgang van Italië is dan voorspelbaar, die van België helaas ook. In de tijd van een paar weken is het officiële discours in ons land gekanteld van quasi-ontkenning tot quasi-paniek. Het ontbreekt aan eenduidige communicatie en professionele aansturing, aan puur oorlogsbeleid ook. Dat zelfs corona de twistende politieke klasse niet verenigt voor het algemeen belang, is echt de schaamte voorbij.

Kille nationalistische reflecties

Het is met andere Europese politici amper beter gesteld. De Franse president en de Duitse bondskanselier riepen allebei de grote crisis uit maar lieten na daartegen in Brussel de Europese Unie mobiliseren. De Europese gedachte blijkt alweer een laagje vernis. Daaronder huizen kille nationalistische reflecties, uitgedragen door de grootste vaandeldragers van de Unie. Dat Italië geen mondmaskers van Europese buren kreeg maar ze bij de Chinezen moest schooien, is hemeltergend en zal lang nazinderen in de Europese politiek. Onze leiders zijn de Europese Unie levend aan het begraven. Bij de volgende verkiezingen kunnen ze alweer op de populisten schieten.

Corona wordt ook een test voor de internationale samenwerking. Het grote verschil met de bankencrisis van 2008 is de houding van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Toen stonden die beide landen aan de wieg van de G20 om de hele wereld in crisisbeleid te verenigen. Anno 2020 staan ze beide achter dichtgetrokken landsgrenzen. Trump deed er nog een schepje bovenop door Europa als een risicogebied te vernederen. Het is ieder voor zich. Waar moet dat eindigen?

De volksgezondheid is nu de eerste en terechte prioriteit. Maar het zal niet lang duren vooraleer de economische crisis ons om het hart slaat. De economie wordt stilaan meegezogen in een infernale draaikolk van vastlopende productie, imploderende vraag, massale werkloosheid, kelderende beurzen en kredietcrisis. Als de besmetting doorzet en aanhoudt, zijn we op weg naar een donkerder scenario dan in 2008.

Buffers zijn weg

De buffers van toen zijn weg. De schulden bij overheden, bedrijven en gezinnen zijn vooral toegenomen. Grote sectoren zoals de luchtvaart en het toerisme zullen redding vergen. De toverdoos van de centrale banken is leeg. Als Italië echt naar beneden duikt, dreigt het de hele eurozone mee te sleuren. De politieke samenhang van de globalisering is verdwenen. Als het ieder voor zich blijft, wordt het echt lelijk. Dan zal de wereld na COVID-19 er politiek, sociaal en economisch anders uitzien. Harder, oneerlijker, gevaarlijker.

Het is nog niet te laat. De banken leven. We kunnen een eenmalige economische dreun overbruggen door te verenigen in noodmaatregelen en relance. Maar met alle verdeeldheid is dat echt een grote coronatest.

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.