De beleidsmakers kunnen niet blind blijven voor de onevenwichten

Het lagerentebeleid moet de torenhoge schuldniveaus houdbaar maken. Terwijl velen nog gefocust zijn op de excessen van 2007, bieden nieuwe onevenwichten zich steeds talrijker aan. Hoe lang kunnen beleidsmakers hun verantwoordelijkheid nog verwaarlozen?

Het kloppend hart van elke markt is de manier waarop kopers en verkopers zich een mening vormen over de prijs van een effect. Iedereen die zijn ogen vandaag niet met geweld dichtknijpt, stelt vast dat het daar niet altijd vlekkeloos verloopt. Hopelijk betekent dat niet dat de gevolgen van de laatste ontsporing, te wijten aan te weinig prudentie of risicobewustzijn, al uit het geheugen verdwenen zijn. In elk geval springen de marktsegmenten met een vertekening van de risicopremie die in de prijs vervat is, meer en meer in het oog.

 

Een rationeel beleid vereist dat men nooit de plicht om kosten en baten af te wegen uit de weg gaat.

 

De bewegingsruimte van investeerders, financiële instellingen en speculanten om hun gedrag aan te passen is echter erg beperkt, met alle gevaar vandien voor plots kuddegedrag. Het verband tussen wereldwijde injecties van cash en de prestatie van de meer speculatieve financiële markten spreekt boekdelen. Hoewel veralgemenen gevaarlijk is, kunnen we stellen dat de opkomende landen zich in vergelijking met de VS, Japan of Europa in een andere fase van de kredietcyclus bevinden. De interactie van die relatieve posities wordt complex om te beheersen en kan aanleiding geven tot (nog) grotere instabiliteit.

De belangrijkste verantwoordelijkheid voor financiële en monetaire beleidsmakers bestaat erin belangrijke signalen in de vorm van risicopremies in de gaten te houden, om te zien in hoeverre een specifieke markt goed functioneert: huurprijzen, koers-winstverhoudingen van aandelen, wisselkoersen, kredietspreads, overnamepremies bij fusies en aankopen, lonen in verschillende sectoren. De internationale afhankelijkheid van de obligatiemarkten is sinds de crisis nog fors toegenomen, ondanks het feit dat regio’s zich vaak in andere fases van de conjunctuurcyclus bevinden.

Toen ECB-voorzitter Mario Draghi begin dit jaar suggereerde dat neveneffecten van het monetair beleid nauwelijks relevant zijn, werd menige wenkbrauw gefronst. Een rationeel beleid vereist immers dat men nooit de plicht uit de weg gaat om kosten en baten af te wegen. Zelfs in tijden van spindoctoring is de geloofwaardigheid van centrale banken een waardevol goed, dat je maar één keer kan verliezen.

Disrupties

Bij veel waarnemers is het verwarring troef. Sommigen gebruiken de recente beursinzinking als bewijs dat de acties van de centrale banken geen verstorende effecten opleveren. De gebeurtenissen waarbij interventies van de centrale banken en de verwachtingen die daarmee gepaard gaan tot disrupties leiden, zijn echter niet meer op één hand te tellen. Velen houden hun hart vast voor grotere schokgolven.

De kredietcyclus blijft doordraaien. En terwijl velen nog gefocust zijn op de excessen van 2007, bieden nieuwe onevenwichten zich steeds talrijker aan. Het is duidelijk dat de totale schuldposities sinds de crisis niet zijn afgebouwd in de mate waarop velen hadden gerekend of minstens gehoopt. Volgens de Bank voor Internationale Betalingen leidt het globale financiële systeem aan ‘excess elasticity’: het is niet in staat de kredietcreatie af te remmen vóór er zich onevenwichten en speculatieve bubbels ontwikkelen.

 

Terwijl stijgende prijzen voor reële goederen doorgaans de vraag dempen, trekken stijgende prijzen voor financiële activa steeds meer lichtgelovige beleggers aan

 

De tendens van het financiële stelsel om te vervallen in positieve, destabiliserende terugkoppelingslussen wordt versterkt door de voortdurende eliminatie van spanningen. Terwijl stijgende prijzen voor reële goederen doorgaans de vraag dempen, trekken stijgende prijzen voor financiële activa steeds meer lichtgelovige beleggers aan – tot het momentum keert en de cyclus abrupt in omgekeerde richting verder raast.

We zitten opgescheept met een combinatie van torenhoge schuldniveaus en een extreem lagerentebeleid om deze niveaus houdbaar te maken. Het gevolg is wat op de markten bekend staat als ‘risk on, risk off’-gedrag, als de angst over de onverwachte gebeurtenissen weer opduikt. Spindoctors zullen dan wel hun plaats hebben, maar het zal beleidsmakers zwaar aangerekend worden als zij hun verantwoordelijkheid verwaarloosd hebben.

Door Ivan Van de Cloot en Karel Volckaert, hoofdeconoom Itinera Institute en partner bij Riverrun.