De begroting en de kostprijs van het Europees Parlement

Persbericht

Deze studie berekent de kostprijs van het Europees Parlement.

De GLOBALE kostprijs is 1,9 miljard, vergeleken met 144 miljard voor de totale begroting van de EU. De kosten van het Europees Parlement zijn gestaag toegenomen. Het Europees Parlement wordt voornamelijk uit de algemene begroting van de EU gefinancierd. De eigen middelen van het Europees Parlement zijn goed voor minder dan 10% van zijn begroting.

Sinds 2009 worden de bezoldigingen en pensioenen van de Europarlementsleden en het personeel uit de begroting van het Europees Parlement betaald. Deze personeelskosten vertegenwoordigen meer dan 60% van de begroting van het Europees Parlement.

De kosten per parlementslid van het Europees Parlement zijn veel hoger dan voor de nationale parlementen.

Vergelijking van de kostprijs per parlementslid tussen het Europees Parlement en enkele nationale parlementen:
– Europees Parlement: 2,6 of 2,8 miljoen per verkozen lid
– Duitse ‘Bundestag’: 1,6 miljoen
– Belgische “Kamer van Volksvertegenwoordigers”: 1,1 miljoen
– Franse “Sénat”: 1 miljoen
– Franse “Assemblée Nationale”: 982.000
– Nederlandse “Tweede Kamer”: 890.000 per verkozen lid.

Het Europees Parlement subsidieert de Europese politieke partijen en hun stichtingen. Ook deze kosten zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen.

TABEL: Kredieten voor de Europese politieke partijen 2019
EPP: 15.663.000
PES: 11.475.000
ALDE: 4.565.421
ACRE: 4.431.358
EGP: 3.518.721
EL: 2.250.000
EDP: 887.400
EFA: 1.327.049
ECPM: 921.217
MENL: 2.465.679
TOTAAL == 47.504.845

De drie grootste fracties, EPP, PED en ALDI, ontvangen meer dan 60% van deze bedragen. De kosten per Europarlementslid zijn sterk gestegen toen het Europees Parlement verantwoordelijk werd voor de bezoldiging en de pensioenen van de Europarlementsleden, daarna is deze uitgave relatief stabiel gebleven.

Aanbevelingen
Met 751 en zelfs met 705 leden is het Europees Parlement een zeer grote vergadering. Men zou de aantallen kunnen verlagen, wat besparingen op lonen, ondersteunend personeel, pensioenen enzovoort zou opleveren.
Het feit dat het Europees Parlement tussen de steden Brussel, Luxemburg en Straatsburg reist, is een bron van zeer hoge bijkomende kosten. Deze situatie heeft veel kritiek geoogst, maar het is onwaarschijnlijk dat ze zal veranderen.

Contact:
Herman Matthijs (Visiting Fellow Itinera) – 0477 20 59 08 en Ivan Van de Cloot (Hoofdeconoom Itinera) – T. 0478 43 47 17

Bijlage(n)