De 90 procent globalisering

Opinie

De pandemie leert dat de globalisering ons kwetsbaar heeft gemaakt. Geen reden om het kind met het badwater weg te gooien, maar een kritische doorlichting dringt zich op.

Zelden werd de globalisering zo kritisch bekeken als in deze coronacrisis. Nochtans staat buiten kijf dat de globalisering ons veel welvaart heeft gebracht. We spreken ondertussen over 90 procent globalisering: na corona komt misschien best 10 procent niet terug, maar gooi het kind niet met het badwater weg.

Elk aspect van de globalisering verdient zijn eigen discussie. Een groot onderscheid dient gemaakt te worden in tussen wereldwijde massamobiliteit van personen en van goederen en diensten zonder fysiek contact. Het vliegverkeer hoeft niet drastisch omgegooid te worden als we alerter worden voor het risico van een virus en bijvoorbeeld sneller grenzen sluiten.

In sommige handelsakkoorden was er een onevenwicht tussen magere potentiële baten ten koste van ernstige inbreuken op de soevereiniteit. Dergelijke doorgeschoten hyperglobalisering  wordt meer en meer onhoudbaar. Het is belangrijk dat we een dialoog krijgen over nieuwe evenwichten, waarbij de slinger niet te ver de andere richting uitgaat.

Discussies over lagere handelstarieven zijn één ding. Het binnenlands beleid – of het nu gaat over arbeidsvoorwaarden, belastingstelsels of technologische ontwikkeling – ondergeschikt maken aan het handelsregime iets heel anders. Elk land heeft een bandbreedte nodig om zijn eigen groeistrategie te bepalen. Ook ontwikkelde economieën zoals de Amerikaanse of de Europese. Dat was al duidelijk voor de coronacrisis, maar die leert ons nog meer de fragiliteit van het huidige systeem en de nood aan meer robuustheid.

Op zoek naar de zwakste schakel

Een onderschat punt inzake globalisering is dat het allang niet meer louter gaat om een toename van de handelsvolumes. Productieketens zijn geïntegreerd op mondiale schaal, op zoek naar efficiëntiewinsten. Onze kwetsbaarheid daarbij werd onderschat op een wijze die men nu pas begint te erkennen.

Die kwetsbaarheid moeten we benaderen met oog voor de zwakste schakel in productieketens. Chinese producten zijn maar goed voor 1 procent van alle componenten in een Europese auto. Toch veroorzaakte het coronavirus in China een onderbreking van het productieproces.

Kan het België zuur opbreken dat China ‘s werelds grootste producent van magnesium is? Magnesium zal centraal staan in onderdelen die gebruikt worden in innovatieve producten voor de industrie 4.0, in toepassingen in de informatica, de energie- en de bouwsector. Zo zijn er veel vragen.

De problematische toegang tot mondmaskers, beschermende materialen, testkits, grondstoffen voor testkits, bepaalde types van medicatie enzovoort maakt voor meer en meer mensen duidelijk dat we onze afhankelijkheid van de monidale supply moeten herzien. Reflectie over strategische voorraden en bevoorradingsplichten dringt zich op. De wet kan voorschrijven dat het geneesmiddelenagentschap verantwoordelijk is voor voldoende bevoorrading.

Risicoanalyse

Dat vergt doorgedreven risicoanalyses. In de nieuwe economie kijken we anders naar de zogenaamde globalisering dan in de ‘Globalisering 1.0’: daarvan zagen we spectaculaire nadelen in acute bevoorradingsproblemen. We moeten relocatie van essentiële elementen uit de maakindustrie overwegen, onder meer van medische materialen of geneesmiddelen, in een Industrie 4.0-omgeving. Daarin zijn milieu-, energie en klimaatoverwegingen geïntegreerd.

Itinera bepleit al langer de ambitie dat de maakindustrie goed is voor 20 procent van het bruto binnenlands product. Het idee dat we een kenniseconomie kunnen zijn zonder lokale productie is een illusie. Denk ook aan de korte keten in de landbouw als die rationeel onderbouwd is.

Nieuwe evenwichten zijn nodig, geen protectionisme. Recent onderzoek van de Europese Commissie wijst uit dat we voor chemicaliën, farmaceutische producten, metalen en elektronica het sterkst afhankelijk zijn van China. Maken dat we voor toelevering niet alleen van dat land afhankelijk zijn, is niet meer dan prudentieel beleid. En ten slotte zijn er in sommige sectoren, zoals de ICT en data-industrie, zorgen over de economische veiligheid, waarvoor echte duurzame doelstellingen ontwikkeld moeten worden.

Een visie op de echt strategische sectoren voor het land, naast een kritische analyse van de supply chain, die kwetsbaarder is gebleken dan vermoed werd, dringt zich op. Voorzien zijn op breuken in de aanvoerketen moet een onderdeel zijn van onze preventiemaatschappij. We moeten de openheid van België zeker behouden, maar wel op een chirurgische manier aanpassen door strategische voorraden, dynamische productiecapaciteit en een concreet industrieel beleid om onze strategische kwetsbaarheden aan te pakken.