Dan maar in twee fasen naar een echte belastinghervorming

De kakofonie rond de taxshift waar de economie zo naar snakt, bereikte de voorbije weken een nieuw hoogtepunt. Nogmaals blijkt dat het veel eenvoudiger is om een debat kapot te manipuleren dan om het algemene belang centraal te stellen. De uitkomst is dat het cynisme wortel heeft geschoten. Zeldzaam zijn zij die nog geloven dat een belastinghervorming meer kan zijn dan het bevoordelen van een bepaalde achterban ten koste van anderen.

Wat iedereen wil van het belastingstelsel ligt nochtans voor de hand. Het moet de noodzakelijke inkomsten opbrengen op een eenvoudige, rechtvaardige en rechtszekere manier die duurzame economische groei zo weinig mogelijk in de weg staat. Het huidige stelsel schiet tekort om die combinatie van doelstellingen te verzoenen en te verwezenlijken.

Er moet een drempel opgeworpen worden tegen argumenten die ons wegleiden van eenvoud als kernwaarde. Argumenten die er al te vaak toe leiden dat we eindigen met niets dan complexiteit. De opportuniteit van een echte belastinghervorming is om bij elke uitzondering die je toestaat na te gaan of het voordeel ervan opweegt tegen het complexer maken van het systeem. Duurzame economische groei bijvoorbeeld vereist dat de keuze van de belastingbetaler om vandaag dan wel later te consumeren niet nodeloos verstoord mag worden. Het is zeer de vraag of het bestaande stelsel – met al zijn vrijstellingen, aftrekken en verminderingen – daaraan tegemoetkomt.

We missen in het debat economisch gefundeerde argumenten die belastingbetaler én overheid aanzetten tot rechtvaardiger en efficiënter omgaan met ons belastinggeld. Een fundamentele belastinghervorming moet leiden tot een bredere belastingbasis, waarbij de afgeschafte aftrekken een tariefverlaging kunnen financieren. Iedere samenleving heeft het recht te bepalen hoeveel herverdeling ze optimaal vindt. Het belastingstelsel moet de welvaartsverliezen als gevolg van de wijzigingen in het gedrag van belastingbetaler (en overheid) tot een minimum beperken. De wisselwerking tussen sociale uitkeringen en fiscaliteit begrijpen, speelt daarin een essentiële rol. En vooral: je niet blindstaren op een momentopname, maar de belasting(hervorming)en over de volledige levenscyclus van een gezin evalueren.

De voorbije week was er commotie toen bekend werd dat de minister van Financiën de kadastrale inkomens (KI) wil evalueren. Nochtans is onroerend goed een schoolvoorbeeld van onze aftandse fiscaliteit. Niet alleen omdat de ‘fictieve’ huurprijzen al decennia niet meer herzien werden. KI-verhoudingen van 10 tegen 1 voor woningen met een vergelijkbare verkoopprijs zijn geen uitzondering.

Je zou denken dat niemand met oog voor het algemeen belang zich comfortabel voelt bij deze status quo. Toch werd het debat, zelfs in de regering, in de kiem gesmoord met het doembeeld van de belastingverhoging. Het basisbeginsel van de belastingverschuiving is voor de beleids- makers dat het euro voor euro gaat over een taxshift en geen taxlift. Als dat al niet kan met deze coalitie, wanneer dan wel?

Om uit de patstelling te geraken moet het proces in twee fasen worden opgesplitst. Langzaamaan wordt duidelijk dat deze regering zich tevredenstelt met tijdelijk oplapwerk, zoals een bescheiden verschuiving van de fiscale druk op inkomen uit arbeid naar consumptie. Tegelijk moet de grondige belastinghervorming die centraal staat in het regeerakkoord voor de volgende legislatuur worden voorbereid. Willen we het volle potentieel van een taxshift benutten, dan moet het middelmatige debat dat blijft steken op winst en verlies voor deze of gene groep naar een hoger niveau getild worden.

Ivan Van de Cloot en Karel Volckaert

Hoofdeconoom en visiting fellow Itinera Institute en auteurs van het boek ‘Taxshift, waarom ons land dringend een belastinghervorming nodig heeft’.