Replacing pension fear by pension vision: yes, we can! (NL)

De Vlaming is verslaafd aan sociale zekerheid en vreest voor de toekomst ervan. Dat is de intuïtieve conclusie die het verkiezingsonderzoek van de VRT suggereert: pensioen en gezondheidszorg zijn de grootste gerecenseerde politieke prioriteiten en de levensstandaard na pensioen behoort tot de grootste geregistreerde kopzorgen.

Er kan oeverloos gefilosofeerd worden over de waarde en de mogelijke grondstromen van deze peilingen. Maar de resultaten onthullen niettemin een dubbele paradox. De Vlaming is gemiddeld nog nooit zo welvarend geweest en is dus objectief nog nooit zo onafhankelijk geweest van sociale zekerheid. Desondanks is hij er blijkbaar mentaal van afhankelijk. Sociale zekerheid wil zekerheid garanderen tegenover sommige risico’s van het leven. Desondanks schept ze blijkbaar onzekerheid.

De culturele gewenning aan sociale zekerheid is zelf natuurlijk een voedingsbodem voor persoonlijke onzekerheid over haar toekomst.

Wie zichzelf afhankelijk voelt van een anoniem uitbetalingssysteem, zal meer geneigd zijn zich onzeker te voelen dan wie zich de meester acht van zijn bestaan.

Maar er is alvast geen diepe culturele emancipatie nodig om een groot deel van de pensioenangst weg te nemen. Het volstaat daarvoor een duidelijke pensioenvisie te ontwikkelen die de bevolking transparant een duurzame pensioentoekomst presenteert.

Sinds het Generatiepact van 2005 hebben opeenvolgende regeringen steeds opnieuw gesleuteld aan pensioenvoorwaarden. Tegen een achtergrond van stijgende vergrijzingskosten, economische crisis en budgettaire krapte, draaien we in elke legislatuur een rondje pensioenhervorming. Wie zo pensioenonzekerheid zaait, zal pensioenangst oogsten. Gelukkig nam de uittredende federale regering het initiatief voor de samenstelling van een pensioencommissie. Die moet bevallen van strategische scenario’s die ons pensioensysteem opnieuw in een duurzame bedding plaatsen. En zodra scenario politieke strategie wordt, kan de toekomst van onze pensioenen zich uitrollen zonder dat regeringen telkens weer moeten inbreken in pensioenverwachtingen. Ik voorspel dat de pensioenonzekerheid dan snel zal afnemen.

De ingrediënten van een strategische pensioenvisie die duurzaamheid en zekerheid moet brengen, liggen eigenlijk voor de hand. Ik focus hier op drie die m.i. essentieel zijn om de pensioenangst te bestrijden. Vooreerst moeten we verder gaan in het afremmen van vervroegde pensionering en in het stimuleren van langer werken. Dat impliceert het verder afbouwen van brugpensioen, in het bijzonder bij herstructureringen. Het vereist een onmiddellijke verlenging van de effectieve pensioenleeftijd in heel wat overheidsdiensten. Het vergt keuzes over de pensioenbonus voor langere loopbanen, en de -malus voor kortere. Het zal grenzen stellen aan de wildgroei van periodes van inactiviteit die meetellen voor pensioenrechten. Maar het zal ook een positieve, toekomstgerichte strategie voor andere loopbanen inhouden, waarin langer werken aantrekkelijker wordt. Op de arbeidsmarkt en bij de werkgevers zal de loopbaanrealiteit tastbaar moeten veranderen en verbeteren. We zullen meer en systematisch investeren in inzetbaarheid van iedereen op de arbeidsmarkt. En daarmee zal ons vertrouwen in de toekomst groeien, bewijzen de peilingen in de internationale voorbeeldlanden.

Een tweede belangrijke doelstelling is het ontmijnen van het demografische risico. Een groot stuk van de latente pensioenonzekerheid is te verklaren door de demografische vergrijzing. Een pensioensysteem waarbij de jongeren die werken de pensioenen van de gepensioneerden moeten betalen, berust wezenlijk op de veronderstelling dat de jongere generatie talrijker en/of sterker zal zijn dan de voorgaande en dus de pensioenfactuur vlotjes zal aankunnen. De pensionering van de grote babyboomergeneratie, de structurele daling van de geboortecijfers en de toename van de levensverwachting hebben die premisse ondermijnd. We moeten daarom evolueren naar een pensioenorganisatie die op een verstandige wijze op de demografische wijzigingen anticipeert. Pensioenen moeten zich automatisch kunnen aanpassen, anders herhalen we steeds weer het huidige scenario waarbij we wachten tot het water aan de lippen staat om in te grijpen. Voor elke generatie kunnen de pensioenvoorwaarden bekend en aangepast zijn bij het begin van de loopbaan. Die demografische zekerheid kan op verschillende manieren gerealiseerd worden: een ingreep in de pensioenleeftijd op lange termijn, ingebouwde demografische variabelen in pensioenrechten, of een puntensysteem dat ook rekening houdt met de demografie. De essentie is dat de pensioentermen lang op voorhand bepaalbaar en zeker zijn. Pensioenverwachtingen zijn duidelijk en hoeven niet achteraf in vraag worden gesteld. Einde van de onzekerheid.

De derde component is tegelijk simpel en moeilijk: meer geld. De pensioenrekening van de babyboomgeneratie is niet voorgefinancierd. De projecties over de omvang ervan schommelen, maar één zaak is duidelijk: een land met een open economie die al één van de hoogste belastingdrukken in de ontwikkelde wereld torst, zal nog een stevig stuk extra inkomsten moeten genereren om de wettelijke pensioenen op een degelijk niveau te houden. Tenzij iemand een economisch model uitvindt dat op steeds hogere belastingen kan draaien in een geglobaliseerde wereld, is de vaststelling onvermijdelijk: ofwel moeten we op andere uitgaven besparen, ofwel moet de economische groei versnellen. Dat laatste is zeker mogelijk, maar moeilijk op korte termijn. We herstellen ons maar geleidelijk van een grote crisis die te wijten is aan meerdere diep-problematische trends: scheefgegroeide banken, algemene schuldverslaving, manke euro-unie, tanende competitiviteit.

Er is geen mirakel. Op korte termijn wordt het harken.

Dat moet ons realistisch maken, maar niet angstig. Klare en eerlijke taal, duidelijke visie en een gedeelde politieke strategie zijn de sleutels om de bange Vlaming opnieuw vertrouwen te geven. We hebben hem nodig. We gaan de toekomst niet opbouwen zonder zelfvertrouwen.

Marc De Vos

Directeur Itinera, hoofddocent UGent

@devosmarc