The migrant and the calculator (NL)

Opinion

Theo Francken has gone too far in his statements about Congolese, Algerian and Moroccan immigrants. But that doesn't mean that we have to keep quiet about the budgetary side of migration, says Bilal Benyaich.

De manier waarop kersvers staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA de economische meerwaarde van Marokkaanse en andere Afrikaanse migratiestromen naar ons land in vraag stelde, blijft nazinderen, net als hoe hij het had over de 'kutmarokkaantjes' in Brussel. Of hij de uitspraken enkele jaren geleden dan wel vandaag zou hebben gedaan, al dan niet in privémails, dat speelt in de perceptie geen rol. Francken mag dan volgens familie, vrienden en collega's geen racist zijn, we kunnen er niet omheen dat zijn uitspraken racistisch getint zijn. Vooral het gebruik van het scheldwoord 'kutmarokkaan' is een slag in het gezicht van honderdduizenden Vlamingen, Brusselaars en Walen van Marokkaanse herkomst, ondergetekende incluis. Francken heeft zich ondertussen verontschuldigd voor deze en andere fratsen. Waarvan akte.

Is dat gescheld moreel en intellectueel beneden alle peil, zijn opmerking over de financiële kant van migratiestromen is dat niet. Zijn uitspraak is provocerend, dat zeker, en omdat hij herkomstgroepen tegenover elkaar plaatst – Joden en Indiërs versus Marokkanen, Algerijnen en Congolezen – is ze reductionistisch, selectief en stereotyperend. Op het randje dus. Toch mag dit er niet toe leiden dat de financiële of budgettaire kant van migratie in de taboesfeer wordt gedrongen.

Gunstige effecten

Algemeen gesteld heeft migratie in heel wat westerse landen gunstige financieel-economische effecten, zij het niet spectaculair. In de VS maar vooral Australië is het effect erg positief voor de schatkist. Dat is anders voor landen als Denemarken en Nederland. Het Centraal Planbureau in Nederland berekende in 2003 al dat een nieuwe migrant die naar Nederland komt de schatkist – aan uitgaven voor onderwijs, sociale zekerheid – over zijn hele leven zo'n 43.000 euro kost. Dat vaststellen is wetenschap, geen racisme.

Vanuit financieel en economisch oogpunt waren de Marokkaanse en andere mediterrane arbeidsmigratiestromen tijdens de jaren zestig onverdeeld positief. Dat begon te veranderen vanaf midden jaren 70. Het zou me ten zeerste verbazen mochten de economische crisis, de opkomst van structurele werkloosheid van midden jaren 70 en de immer toenemende volgmigratie doorheen de jaren 80, 90 en 2000 het gunstige financieel-economische plaatje van de gastarbeidersmigratie niet hebben gekeerd. Zeker in combinatie met de afwezigheid van een integratie- en migratiebeleid die naam waardig. Een kosten-batenanalyse is bij mijn weten nog niet gemaakt, maar het zou allicht in het beste geval op een nuloperatie uitkomen.

Maar is de weging van arbeidsmigratie­geschiedenissen anno 2014 nog van belang? Wat schieten we op met de invraagstelling en problematisering van (Afrikaanse) migratiestromen van weleer? We beledigen en stigmatiseren de voormalige gastarbeiders en hun kinderen en kleinkinderen – Belgen van de tweede en derde generatie. We zaaien ook verdeeldheid. Terwijl het er niet toe doet: of een aantal Afrikaanse Belgen nu aan de debet- dan wel de creditkant staat van de verzorgingsstaat, het is van evenveel of even weinig belang als voor autochtone Belgen.

De vraag naar een proactief migratiebeleid voor vandaag en morgen is zinniger en legitiemer. Een eerste aanzet daartoe werd gegeven in 2011. De verstrenging van de wet op de gezinshereniging, had een legitieme rationaliteit. Door bijkomende voorwaarden te stellen kun je misbruik voorkomen en breng je dit migratiekanaal terug tot de gerechtvaardigde essentie ervan.

Knelpuntberoepen

Maar die verstrenging op zich zal niet volstaan. Een volgende aanzet moet een proactief migratiebeleid zijn waarvan een restrictief doch rechtvaardig gezinsherenigingsbeleid maar één element is. Een proactief migratiebeleid vanuit de deelstaten zet ook in op arbeids- en studentenmigratie, waarbij je de link legt naar knelpuntberoepen en prangende noden in de industrie – zonder de al aanwezige arbeidsreserve uit het oog te verliezen. Zoals de vermaarde ontwikkelingseconoom Paul Collier in zijn recentste boek betoogt, komen deze economische migranten bij voorkeur uit landen uit de middeninkomensgroep die geen of weinig economische en sociaal-politieke schade zouden ondervinden uit een al dan niet tijdelijke braindrain.

De uitdagingen op het vlak van migratiebeleid indachtig zijn de uitspraken van Francken meer dan ongelukkig. Ze zullen immers nog een tijdje het frame blijven waartegen beleidsmaatregelen ter zake zullen worden geïnterpreteerd.