RSS RSS Small font Medium font Big font   NL | FR | EN   Geavanceerd zoeken | Zoeken
Zoeken
Wat is RSS?
http://www.itinerainstitute.org/nl/presruimte/persmededelingen/_press/climate-relativism/
Klimaatrelativisme
05 November 2007  

Baanbrekende studie door Johan Albrecht (Itinera Institute en UGent) over de mythe en de realiteit van de klimaatproblematiek.
Een handleiding voor nuchtere en effectieve beleidsanalyse.
Voorgesteld aan de pers op het Itinera Institute op 06-11-2007 (12-14 uur)

EMBARGO TOT 06-11-2007, 15 UUR

I. Relativisme

De toekomstige klimaatverandering lijkt wel het internationale thema bij uitstek. Dit is het resultaat van een geslaagde maar selectieve communicatiestrategie. Selectiviteit heeft echter steeds een prijs. Zo negeert het populaire klimaatverhaal het einde van het tijdperk van de goedkope fossiele energie. Een radicale verandering van ons energiesysteem – een energietransitie- dringt zich dan ook op. Deze transitie kan een economisch groeiverhaal worden met grote ecologische bate als de overheid een stimulerende omgeving voor ondernemerschap rond intelligente energietechnologieën durft te creëren.

In het boek ‘Klimaatrelativisme’ wordt de mediagenieke klimaatrampspoed (Help! De aarde smelt!) gerelativeerd, niet op basis van enig “negationisme” maar op basis van de eigen rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde naties (hieronder: IPCC). De conclusies van onze analyse zijn ontnuchterend en bevestigen dat het beleidskader vooral de energietransitie op lange termijn dient te stimuleren. Of hoe het IPCC het gemediatiseerde klimaatprobleem zelf ontkent.

II. De klimaatrampspoed is fel overtrokken

De continue stroom van voorspelde klimaatrampspoed is het rechtstreekse gevolg van de keuze van het IPCC om de klimaatpredicties tot 2100 te laten vertrekken van onrealistische worst case scenarios. In deze toekomstscenario’s is er geen klimaatbeleid en is er amper of geen aandacht voor de schaarste aan fossiele energiebronnen en de daaraan gekoppelde prijsimplicaties. Ook de door IPCC gehanteerde hypothesen over de evolutie van de wereldbevolking en toekomstige energiesystemen wijken sterk af van de bestaande‘standaardvisies’.Hierdoor liggen de toekomstige emissies van CO2 per definitie zeer hoog. Het is dan ook geen verrassing dat de modellen van IPCC aanzienlijke klimaatveranderingen voorspellen.

Maar hoe problematisch zijn deze klimaatveranderingen? De scenario’s van IPCC die het best aansluiten bij visies van andere internationale onderzoeksorganisaties – de zgn. B1 scenario’s -, voorzien een toename van de gemiddelde temperatuur met 1.1 à 1.8°C tegen 2100 zonder dat een klimaatbeleid gevoerd wordt. Deze toename valt binnen de 2°C-doelstelling die de Europese Unie vooropstelt als streefdoel van het klimaatbeleid. Voor de Europese Unie is een temperatuurstoename van 2°C over een periode van honderd jaar immers ‘aanvaardbaar’. IPCC voorspelt dus dat dit streefdoel kan worden gehaald zonder klimaatbeleid. Hiermee wordt het bestaan van het klimaatprobleem formeel weerlegd door IPCC.

III. Schaarste en prijzen: a convenient partnership

Het tweede aandachtspunt van het boek betreft de noodzakelijke energietransitie. De schaarste aan fossiele energiebronnen – er is nog olie voor ongeveer 30 jaar – en de hoge prijzen maken duidelijk dat elk land op termijn een nieuw en alternatief energiesysteem dient te ontwikkelen. De energietransitie is al opgestart in landen met een duidelijke industriële visie. Zo wil Zweden tegen 2020 olie-onafhankelijk worden en hanteren zowel het Verenigd Koninkrijk als Duitsland ambitieuze nationale doelstellingen inzake broeikasgasemissies en hernieuwbare energie. Deze unilaterale en vrijwillige engagementen zijn het resultaat van overleg met de belangrijkste industriële sectoren. Het creëren van nieuwe groeisectoren en tewerkstelling zijn de aantrekkelijke kenmerken van de energietransitie.

De energiesystemen van de toekomst zullen minder afhankelijk zijn van fossiele energiebronnen en dus per definitie leiden tot een lagere uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Fossiele energieschaarste en hoge energieprijzen zijn dan ook de sterkste bondgenoten van elk klimaatbeleid. A convenient partnership. Ook landen die geen klimaatbeleid wensen te voeren, dienen een antwoord te formuleren op de fossiele schaarsteproblematiek.

IV. Klimaatbeleid = energietransitie ≠ pure emissiereductie

Klimaatbeleid staat vandaag te veel gelijk met loutere emissiereductie. Het Kyoto-Protocol is een reductieprotocol opgesteld door de rijkste industrielanden. Alleen emissiereductietechnologieën zijn economisch aantrekkelijk voor rijke landen. Daarom hebben rijke landen alleen oog voor reductiedoelstellingen en willen ze de grote ontwikkelingslanden overtuigen om ook voor mitigatie te kiezen.

Het klimaatverhaal moet een verhaal zijn van industriële marktcreatie op lange termijn. Dit is een verantwoorde strategie wanneer intussen genoeg geïnvesteerd wordt in adaptatiesteun voor de armste landen.

Het klimaatbeleid mag niet beschouwd worden als een afzonderlijk beleidsdomein maar dient de noodzakelijke energietransitie mee in de juiste richting te stuwen. Dit is een verhaal met ongekende economische en ecologische opportuniteiten. De installatie van een alternatief energiesysteem – een fluxsysteem – kan de wereldeconomie immers koppelen aan de beschikbare energie in de atmosfeer en zo voor een ongeziene welvaartsprong zorgen. Het intensieve gebruik van fossiele energiedragers maakte immers de welvaartsprong van de Industriële Revolutie mogelijk.

Het gebruik van correcte energieprijzen zal de evolutie naar een duurzamer energiesysteem versnellen. Het prijsinstrument geeft marktinformatie aan meer dan 6 miljard economische agenten die hierdoor op termijn hun gedrag zullen proberen aan te passen. Het consistent gebruiken van het prijsinstrument binnen een beleidskader op lange termijn, geeft richting aan de noodzakelijke technologische innovaties en gedragsveranderingen. Dit is goed voor het milieu en voor de economie.

Het geleidelijk kunnen hervormen van het energiesysteem is vooral haalbaar in landen met een ‘hervormingstraditie’. Flexibiliteit en het kunnen omgaan met nieuwe uitdagingen zijn kenmerken van sterke economieën. Dat geldt voor ecologische en energie-uitdagingen maar ook voor de uitdagingen van de vergrijzing en de globalisering.

V. België?

Het voorbeeld van Zweden illustreert dat ook kleine landen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de noodzakelijke energietransitie. Dit betekent natuurlijk niet dat ons land de Zweedse doelstelling zomaar dient te kopiëren. Een analyse van het technologische potentieel van ons land – met inbegrip van de internationale private en publieke onderzoeksnetwerken- en een overleg tussen de belangrijkste technologische spelers en regulerende overheden, is een eerste stap om een kader uit te werken waardoor de zoektocht naar duurzame innovaties gestimuleerd kan worden.

Mocht blijken dat ons land zelf geen belangrijke technologische spelers telt, dan moet resoluut een economisch klimaat gecreëerd worden dat nieuwe bedrijven aantrekt en kleine bedrijven doet groeien. Op middellange termijn moet een sector ‘intelligente energietechnologie’ kunnen ontstaan en groeien. Anders missen we de boot en zullen we energietechnologie moeten importeren.

Bij een evaluatie van het Belgische of Europese klimaatbeleid dient steeds de vraag gesteld in welke mate de huidige maatregelen bijdragen tot de energietransitie. Wanneer alleen gekozen wordt voor het aankopen van dure bestaande technologieën – bijv. zonnepanelen – dan bieden overheden onvoldoende kansen aan alternatieve technologiebedrijven die nieuwe niches willen creëren.

Een stimulerende, innovatieve en technologiegedreven omgeving moet centraal staan in elk klimaat- en energiebeleid. 

VI. Enkele (un)convenient facts

- De sterke bevolkingstoename – tot 9 miljard in 2050- is een drijvende factor achter de toenemende milieudruk. De milieudruk zal toenemen door de noodzaak om de voedselproductie substantieel te verhogen

- Het klimaatprobleem is een armoedeprobleem. Arme regio’s blijven te kwetsbaar voor zelfs beperkte lokale klimaatveranderingen. Daar veranderen emissiereductiedoelstellingen niets aan.

- Zelfs een stabiele gemiddelde temperatuur voor de aarde, verbergt heel wat lokale klimaatveranderingen die elkaar kunnen compenseren. De lokale klimaatproblemen bij een stabiel mondiaal klimaat kunnen in principe even groot zijn als de lokale klimaatproblemen bij een stijgende globale temperatuur. Wat telt, is het lokale aanpassingsvermogen.

- Er zijn nu al technologische oplossingen om de uitstoot van broeikasgassen sterk te drukken. En er zit heel wat in de pijplijn. Met dank aan klimaatdoelstellingen en hoge energieprijzen.

- Landen met visie werken nu al vrijwillig aan een energietransitie en wachten niet op engagementen van andere landen.

- De industrie is steeds gebaat door een technologische dynamiek. Achter de schermen steunden industriëlen dan ook graag de lancering van het klimaatdossier.

 

Itinera Institute VZW-ASBL
Boulevard Leopold II Laan 184d | B-1080 Brussels
T +32 2 412 02 62 | F +32 2 412 02 69 | info@itinerainstitute.org

Disclaimer | © 2008 Itinera Institute