RSS RSS Wat is RSS? Small font   Medium font   Big font NL | FR | EN Geavanceerd zoeken | Zoeken
Zoeken
http://www.itinerainstitute.org/nl/bibliotheek/_paper/link-the-debate-on-poverty-to-the-social-mobility/
Koppel het armoedebat aan de evolutie van de sociale mobiliteit
29 Juni 2010
Sociale mobiliteit kan op één generatie slaan (de intragenerationele sociale mobiliteit) of op meerdere generaties (de intergenerationele sociale mobiliteit). De intragenerationele mobiliteit is de sociaal-economische evolutie die een individu in de loop van zijn of haar leven kan doorlopen. Hoe groter deze mobiliteit, hoe groter de kans dat men zijn sociaal-economische omstandigheden verbetert. De intergenerationele mobiliteit, daarentegen, wordt eerder gedefinieerd als de mate waarin bepaalde sleutelkenmerken van een individu kunnen verschillen van die van zijn ouders. Hoe groter de intergenerationele mobiliteit, hoe meer de sociaal-economische toestand van een individu zal verschillen van die van zijn (voor)ouders. Hoe kleiner de intergenerationele mobiliteit, hoe minder de sociaal-economische toestand van een individu zal verschillen van die van zijn (voor)ouders. Ruw geschetst kan men stellen dat de mobiliteit afhangt van de familiale en maatschappelijke omgeving waarin een individu zich bevindt, maar ook van het institutioneel kader, van het beleid dat gevoerd wordt en van de economische context.
Facts & Figures

De materie van de intergenerationele mobiliteit kan in België maar op weinig belangstelling rekenen. In de rest van Europa en daarbuiten is het nochtans een veelbesproken onderwerp. Volgens een rapport van de OESO[1], gaan in alle landen van de OESO het inkomensniveau, het opleidingsniveau, het feit of men al dan niet werk heeft en ook de karaktereigenschappen over van de ene generatie naar de andere generatie. Men begrijpt dan ook dat armoede deel uitmaakt van die economische, familiale en opvoedkundige “erfenis” die ouders aan hun kinderen nalaten. Bij een lage intergenerationele mobiliteit  is de kans groot dat een kind dat uit arme ouders geboren wordt, zijn leven in dezelfde socio-economische omstandigheden zal doorbrengen als zijn ouders.
 
Tabel 1 toont dat de intergenerationele immobiliteit van salarissen in functie van het opleidingsniveau van de vader het grootst is bij de laagste en bij de hoogste inkomens. De waarschijnlijkheid dat iemand wiens vader een laag opleidingsniveau (een laag inkomen) heeft, zich zelf ook in het laagste kwartiel bevindt en de waarschijnlijkheid dat iemand wiens vader een hoog opleidingsniveau (een hoog inkomen) heeft zich zelf ook in het hoogste kwartiel bevindt, zijn allebei hoger dan de waarschijnlijkheid dat iemand wiens vader een gemiddeld opleidingsniveau (een gemiddeld inkomensniveau) heeft, zich in het zelfde kwartiel bevindt als zijn vader. Hoe groter de sociale immobiliteit in het laagste kwartiel, hoe grotere inspanningen moeten worden geleverd om te vermijden dat armoede van de ene naar de andere generatie wordt doorgegeven.
 
Tabel 1: Intergenerationele immobiliteit van salarissen in functie van het opleidingsniveau van de vader
 
2005
Mannen (35-44 jaar)
Vrouwen (35-44 jaar)
p25
p50
p75
p25
p50
p75
België
39,2
34,2
55,3
39,8
36,3
50,8
Denemarken
42,3
35,0
49,7
38,4
39,2
42,0
Spanje
36,2
27,2
63,9
37,5
37,8
59,9
Frankrijk
34,1
24,1
53,4
35,4
28,3
62,0
Finland
38,4
44,7
60,0
35,9
32,3
52,0
Nederland
39,3
29,6
51,8
38,3
37,5
49,7
Verenigd Koninkrijk
40,7
30,2
57,9
36,8
29,8
43,0
Zweden
36,0
27,3
53,8
37,6
21,1
53,1
Bron : O. Caua, S. Dantan and A. Johansson (2009), Intergenerational Social Mobility in European OECD Countries, OECD (“OECD calculations based on the 2005 EU-SILC database”).


[1] OECD (2008), Growing unequal: income distribution and poverty in OECD countries.
 

Aanbeveling

Wanneer armoede (lage inkomens) van de ene generatie naar de andere generatie wordt doorgegeven, dan werkt dit sociale ongelijkheid in de hand, remt het de gelijkheid van kansen af en leidt het tot economische inefficiëntie.

• De factoren die het meest de overdracht van nadelige omstandigheden (zoals lage inkomens) van de ene generatie naar de andere generatie in de hand werken, moeten worden geïdentificeerd, zodat er een beleid kan worden uitgestippeld dat deze overdracht aan banden legt en dat dus de intergenerationele mobiliteit stimuleert.

• De overheid moet een beleid voeren dat kinderen van ouders met een laag inkomen alle mogelijkheden biedt om goed in het leven te starten. Op korte termijn kunnen deze ongelijkheden vooral via fiscale weg en via inkomensherverdeling worden weggewerkt. Op langere termijn zal de intergenerationele sociale mobiliteit vooral baat hebben bij een hervorming van de arbeidsmarkt en van het onderwijssysteem.

• Wat de hervorming van de arbeidsmarkt betreft, moet er snel een beleid komen voor de aanwerving van laaggeschoolden, zodat toch al minstens een deel van hen de kans krijgen om sociaal mobieler te worden.

Stuur naar een vriend

Itinera Institute VZW-ASBL
Boulevard Leopold II Laan 184d | B-1080 Brussels
T +32 2 412 02 62 | F +32 2 412 02 69 | info@itinerainstitute.org

Disclaimer | © 2012 Itinera Institute