In de helft van de OESO landen stellen migrantenkinderen 10 of meer percent voor van de jongvolwassenen (20-29) op de arbeidsmarkt. Dit OESO rapport evalueert de arbeidsmarktuitkomsten (scholing, werkgelegenheid, werkloosheid) van de kinderen van deze migranten op basis van hun oorsprong en achtergrond. Het verschil tussen migrantenkinderen en allochtone kinderen valt vooral op in België en Nederland. We zouden nochtans veel kunnen leren van de ervaringen in de overige OESO landen.