Strategie voor economische veiligheid nodig

Opinie

Heel wat landen hebben hun economische veiligheid in een beleid gegoten. Ook in België dringt zich dat op. Voor een handelsnatie als de onze moeten veiligheidsbelangen, een open economie en een aantrekkelijk investeringsklimaat worden verzoend in een coherente strategie.

Na de zomer van 2016 begon de hele Wetstraat te hyperventileren. Het Chinese State Grid wou een belang van 14 procent nemen in de distributienetbeheerder Eandis en al snel bleek iets niet te kloppen met de voorwaarden. De Chinezen zouden voor 14 procent betalen, maar kregen in bepaalde scenario’s een blokkeringsmacht.

In december 2016 was er de overnamepoging van PostNL door Bpost en de ontsporing van het dossier, na heel wat ophef. Minister van Post Alexander De Croo (Open VLD) had het over ‘Russische toestanden in de Nederlandse politiek’. De Nederlandse minister van Economie Henk Kamp dreigde ermee PostNL het postcontract voor de universele dienstverlening af te nemen, mocht de overname doorgaan. Exit Bpost.

En nu hebben we Amerikaans president Donald Trump, die met ‘America First’ een regelrecht protectionistisch beleid hanteert onder het mom van nationale veiligheid. Nogal wat landen hebben ondertussen een strategie ontwikkeld voor een economisch beleid gericht op nationale veiligheid. De Europese regels laten daar onder bepaalde voorwaarden ruimte voor, als het echt gaat over veiligheidsbelangen.

Zo kunnen risico’s voor de veiligheid ontstaan door een buitenlands aandeelhouderschap. Er kan vertrouwelijke informatie naar buitenlandse aandeelhouders stromen of er zijn beslissingen mogelijk die vitale infrastructuur zoals luchthavens of de waterdistributie bedreigen. Landen die een economisch veiligheidsbeleid formaliseren, hanteren dan ook objectieven zoals de continuïteit van vitale processen, de integriteit van informatie en de werking van de democratische rechtsorde.

Het is niet moeilijk je voor te stellen hoe strategische of gevoelige technologische kennis ongewenst in buitenlandse handen kan terechtkomen. Maar even evident is dat heel wat landen zo’n veiligheidsbeleid als schaamlapje gebruiken om hun markt af te schermen of nationale kampioenen te ondersteunen. Frankrijk illustreert dat aan de lopende band. Er wordt zelfs maar half ironisch gezegd dat Danone onder de Franse nationale veiligheid valt.

Open economie

Nu andere landen een strategie rond economische veiligheid opstellen, moet ook België dat doen. Hoe moeten we omgaan met buitenlandse overnames en investeringen die onze nationale veiligheid raken? Voor een handelsnatie als België is het een evenwichtsoefening tussen veiligheidsbelangen en het belang van een open economie en een aantrekkelijk investeringsklimaat.

Een voorspelbaar beleid is belangrijk. Met het oog op rechtszekerheid voor investeerders moeten toetsingscriteria binnen een procedure worden gepubliceerd. Daar horen strikte termijnen bij die effectief toegepast worden. Iets waar opnieuw Frankrijk laks mee omspringt. Ook proportionaliteit is van groot belang voor het beleid. Dat houdt in dat een buitenlandse investering tegenhouden pas in laatste instantie een optie mag zijn. De overheid dient ruimte te laten voor minder ingrijpende alternatieven.

Een belangrijke vraag is of ook gekeken wordt naar de oorsprong van een investering. Wat met investeringen uit Iran, Saoedi-Arabië of China? Nogal wat landen hanteren criteria over wie de uiteindelijke eigenaar van een bedrijf is en of er een link is met een buitenlandse overheid. Bij een privatisering of een liberalisering van een Belgische activiteit is het minstens paradoxaal te noemen als de overnemer een tussenpersoon van een buitenlandse overheid blijkt. Tegelijk mag de overheid zich niet blindstaren op het aandeelhouderschap.

Het blijft voor buitenlandse spelers omslachtig, duur en zichtbaar om een aandeelhouder te worden in een Belgisch bedrijf. De overheid moet ook oog hebben voor bedreigingen zoals cyberspionage.

Vele landen kiezen uiteindelijk voor een sectorspecifieke aanpak in hun economische veiligheidsbeleid. Je springt nu eenmaal anders om met buitenlandse investeringen in defensie, (lucht)havens, elektriciteit en de olie-en gasindustrie. Als het veiligheidsbelang van een bedrijf te vitaal is, blijft het overheidseigendom een mogelijkheid.

Onze officiële instanties moeten dan hun verantwoordelijkheid opnemen bij de beslissing of ze een buitenlandse aandeelhouder toelaten. Te vaak moet het eerst verkeerd lopen en wordt dan maar een zondebok gezocht. Toen Pfizer het Britse farmaceutische bedrijf AstraZeneca dreigde over te nemen, verwezen de Britten naar de Europese Commissie, die een tussenkomst van de Britse overheid ‘zeker zou blokkeren’.

Nieuwe uitdagingen

Vandaag zijn er in ons land alleen geïsoleerde maatregelen gericht op economische veiligheid die vaak historisch gegroeid zijn, zoals de regels over de eigendomsstructuur van havens of veiligheidssystemen voor de chemie. Maar we moeten ook nadenken over nieuwe uitdagingen zoals datacentra waar overheidsinformatie wordt opgeslagen. Allerlei nieuwe bedrijven werken met gevoelige technologische kennis, en systemen waarin de persoonsgegevens van onze burgers opgeslagen worden zijn legio. Mocht het betaalverkeer in panne vallen, dan zouden de gevolgen onoverzienbaar zijn.

Het ontbreekt ons aan coherentie. Laten we hopen dat onze overheid het inzicht heeft om een echte strategie rond economische veiligheid te ontwikkelen.