Steen des aanstoots

Opinie

Hoe politici mandaten opstapelden in de raden van bestuur van allerlei intercommunales en instellingen was al jaren bekend. Het leek een Belgisch natuurfenomeen, immuun voor elke verontwaardiging van vertwijfelde burgers. Tot de Waalse Publifin-affaire de taalgrens overwaaide en er geen dag meer voorbijgaat zonder ophef over de cumul. Het toont een onderhuids ongenoegen over een wel erg uitgebreide zelfbedieningscultuur.

Na alle verhalen over intercommunales moet toch duidelijk geworden zijn dat hun activiteiten bijna geen grenzen kennen. De vraag is of men nog beseft wanneer een overheidsoptreden gelegitimeerd kan worden en vooral, wanneer niet. Er zijn intercommunales die zich nog specialiseren in taken die vallen onder natuurlijke monopolies. In één straat meerdere rioleringen naast elkaar installeren zou immers van de pot gerukt zijn. Wat niet betekent dat de overheid automatisch zelf voor de productie moet instaan. Ze kan dat net zo goed in concessie geven en zich toeleggen op de regie en de controle van de uitbater.

Meer en meer intercommunales richten zich op activiteiten waarmee ze in concurrentie staan met private marktspelers. Voor hen geldt de vraag of een privatisering opportuun is, onder andere wegens het gevaar van belangenvermenging en misbruik van politieke hefbomen tegenover concurrenten die niet over zulke kruiwagens beschikken. De concurrentie in hele sectoren lamleggen is de snelste weg naar economische achterstand.

De uitdaging bestaat erin de energie die vandaag vrijkomt ook te kanaliseren naar een structurele gezondmaking van het bestuur in dit land. Men moet dan wel verder kijken dan de individuele dossiers als uitzonderlijke incidenten.

Kosten en baten evalueren

De mandatenlijstjes hebben gezorgd voor een erg zichtbare steen des aanstoots, waaruit een momentum ontstond voor verandering. Om te vermijden dat men het noorden kwijtgeraakt over waar de rol van de markt ophoudt en die van de overheid begint, moeten de kosten en de baten van overheidsinterventie rigoureus worden geëvalueerd.

Minder zichtbaar maar net zo reëel is de verstarrende invloed van overheidsbureaucratie en regulering. In de VS maakt president Donald Trump een speerpunt van het terugdringen van de ‘red tape’. Hij gaat niet echt doordacht te werk, met zijn stelregel dat voor elke nieuwe regulering de overheid er twee moet schrappen. Vergeleken met een rationele afweging van de kosten en de baten van regulering is dat een brute manier. Want misschien is het voor sommige agentschappen wel optimaal om tien bestaande regels te schrappen voor elke nieuwe regel?

Reginfo Mobile

Een verfijnde aanpak becijfert waar de administratieve lasten met de grootste meerkosten liggen en zoekt daar gericht naar dure regels die misschien niet opwegen tegen de baten. Onder president Barack Obama werden alle reguleringen met een impact van meer dan 100 miljoen dollar opgelijst. Eind 2016 stelde de Amerikaanse administratie zelfs de app Reginfo Mobile beschikbaar. Daarmee kan iedereen alle reguleringen consulteren die voor herziening vatbaar zijn. ‘Zonlicht is het beste ontsmettingsmiddel’ is een inzicht waarmee men ook voor de administratieve overlast in België nog veel werk kan verzetten. Zo zou elke regulerende instantie regelmatig bekend kunnen maken wat ze heeft gedaan om de kosten van een regel te doen dalen.

Een aantrekkelijk klinkende stelregel wordt ook efficiënt als hij een momentum van verandering inhoudt. Tenminste om een debat op gang te trekken over overbodige bureaucratie, het liefst met als conclusie dat we het zoveel verstandiger kunnen dan de ongelikte beer aan de overkant van de Grote Plas. Maar laten we het dan ook bewijzen.