Ongeletterdheid in de politiek

Opinie

Steekt u veel tijd in het reflecteren over uw keuze in het stemhokje? Misschien bent u bovenmatig geïnteresseerd in politiek. Hoeveel tijd denkt u dat de meeste burgers eraan spenderen? Minder dan aan het kiezen van hun nieuwe auto wellicht. Er zijn uiteraard nog vele verschillen tussen het publieke en private domein. Politici kunnen bijvoorbeeld het geld van anderen uitgeven en daarmee de gunst van de kiezer bekomen. Er is een hele wetenschappelijke tak binnen de economie (public choice) die bijna niet anders doet dan daar de gevolgen van inschatten. Dat bijvoorbeeld vlak voor gemeenteraadsverkiezingen veel openbare werken gebeuren, is daar nog een van de minst problematische voorbeelden van.

Het probleem bestaat er voor een belangrijk stuk natuurlijk in dat veel kiezers zich daar niet van bewust zijn of nog erger, het zich laten welgevallen. Het gevolg is vaak dat de politiek zich vaak vooral bezighoudt met zaken die burgers sympathiek lijken. Het leidt tot een tendens om niet ‘door te denken’ van de gevolgen op termijn van bepaalde maatschappelijke keuzes. Je zou Darwin-gewijs zelfs kunnen suggereren dat het een natuurlijk gevolg is dat politici die niet ‘doordenken’ en zich beperken tot het maken van op het eerste gezicht sympathieke keuzes zo dominant aanwezig zijn.

Voor mensen die wel reflecteren over de langetermijngevolgen van politieke keuzes geeft dergelijke lichtzinnigheid dan vaak het beeld van volksbedrog. Met hoogstens het excuus voor de betrokkenen dat ze niet beter weten. En inderdaad valt in veel dossiers een zekere (al dan niet economische) ongeletterdheid op. Iemand moet op het gebrek aan deskundigheid en zorgvuldigheid wijzen als daardoor grote beleidsfouten gemaakt worden. Opnieuw met de nuance dat er misschien weinig nagedacht wordt over de economische gevolgen van de beslissingen maar dat er wel doorgedacht wordt over de politieke effecten.

Lichtzinnigheid

Dit fenomeen speelt op zowat alle domeinen. Met heel kwalijke gevolgen als bijvoorbeeld lichtzinnig ingegrepen wordt in het prijsmechanisme van de markt. Dat is immers het mechanisme waarmee omgesprongen wordt met de realiteit van maatschappelijke schaarste. Een klassiek voorbeeld is overheidsinterventie in de huurmarkt met een plafond op huurprijzen. Dat hierdoor een proces in gang wordt gezet waardoor op termijn er minder aanbod zal zijn van huurwoningen wordt gewillig over het hoofd gezien. Dit verdwijnt immers achter de horizon wanneer politici kunnen vertellen dat door hen kiezers minder moeten betalen.

In fiscale materies spreken we typisch over het fenomeen “don’t tax me, tax the man behind the tree.” Zo was ik een keer uitgenodigd voor het radioprogramma BEL10 waarop luisteraars hun voorstellen konden doorbellen. De meeste suggesties kwamen erop neer dat ze belastingen die ze zelf betalen, wilden verlagen en deze die anderen betalen, wilden verhogen. Opnieuw kan je dan vragen om door te denken. Belastingen op bedrijven klinken velen aantrekkelijk in het oor, tot je de luisteraar vraagt of bedrijven daardoor misschien niet minder jobs creëren. Niet iedereen is echter bereid om enkele stappen verder te denken.

Een schoolvoorbeeld van een ontspoord beleid in combinatie van het niet doordenken van politieke keuzes vormt het oversubsidiëren van allerlei vormen van hernieuwbare energie in het voorbije decennium. Terwijl de nadelige gevolgen van het oversubsidiëren van zonnepanelen al duidelijk was, werd veel te weinig ingezet op bijsturingen hiervan. Toen de intercommunales de prijs hiervan gingen doorrekenen (met als gevolg dat het ook voor de kiezer duidelijker zou worden), bevroor men de prijzen. Het gevolg was uiteraard het opstapelen van de schulden bij de intercommunales. Op die manier was echter weer enkele jaren tijd gekocht. Iets wat uiteraard goed uitkomt als daarmee een probleem over de verkiezingen kan getild worden[1]. Toen de alarmbellen dan eindelijk afgingen over de opgestapelde schulden kwam men zelfs met het idee om deze te herverpakken in schuldtitels in een fonds voor zonne-energieschuld. We verzinnen het niet.

Remedies

Het is in theorie uiteraard het parlement dat het algemeen belang centraal moet stellen en particuliere belangen moet overstijgen. Dan moeten we wel zorgen dit effectief opnieuw functioneert. De realiteit is immers een particratie die heerst op basis van een volgzame meerderheid in het parlement. Een parlement dat niet meer werkt in lijn met het idee van ‘checks and balances’ maar als een stemmenmachine die van elders instructies krijgt. Ex-premier Herman Van Rompuy stelde eens dat “Een parlementslid van de meerderheid moet zwijgen. En bij de oppositie heeft men zelfs niets te zeggen.” Een parlement met veel juridische profielen overigens. Relevant daarbij is dat onderzoekers een sterk verband aantoonden tussen economische groei en de juridisering van de maatschappij. Een negatief verband wel te verstaan. Wat inderdaad nogal eens opvalt, is hoe weinig juristen in staat zijn de economische gevolgen van hun werk in te schatten. Of om de essentie van de bijzaak te onderscheiden.

Uiteraard is deze problematiek niet nieuw. Een van de remedies die bijvoorbeeld ook door de Founding Fathers van de Verenigde Staten werd bepleit, is transparantie. Zorg ervoor dat de kiezer die finaal, of hij het nu graag en snel doorziet, de rekening betaalt tenminste op de hoogte is. Daarvoor moeten de media hun rol spelen. De derde Amerikaanse president Thomas Jefferson begreep al dat media soms ook partijdig zijn. Hij bepleitte echter de vrijheid en diversiteit van de kranten. Terwijl de ene krant misschien enkel de excessen blootlegt van de ene politieke stroming blootlegt, zou een andere krant dan wel de ontsporingen van de overkant openbaren. Waar alle Founding Fathers op aandrongen was op volksverheffing met onder meer een centrale rol voor het onderwijs. Politieke distorsies vormen een systemisch effect en de menselijke natuur wordt nu eenmaal geplaagd door kortzichtigheid. Met een opgeleide bevolking en een vrije verspreiding van feiten, kunnen op termijn zelfs de grootste ballonnen doorprikt worden. Welbespraakte retoriek kan gedurende een zekere tijd het onnodig doen lijken om luchtkastelen aan de realiteit te toetsen. Nieuwe ballonnen zullen steeds opgeblazen worden. Er zal dus steeds werk zijn voor diegenen die het als hun plicht aanvoelen om ze te doorprikken. Uiteindelijk vereist burgerschap dat we daarbij allemaal een rol spelen. Zonder kritische burgers kan een democratie niet functioneren

[1] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2131025