Migratievisie of automatische piloot?

Opinie

Het migratiebeleid komt sinds lang neer op een stop-and-gobeleid. Een langetermijnstrategie is er niet. Een samenhang met de economische cyclus wel: gaat het beter, dan is er meer nonchalance, gaat het minder, dan zijn er strengere immigratiebeperkingen. Bij een kortetermijntekort aan arbeidskrachten werden uit opportunisme al snel ‘tijdelijke’ gastarbeiders onthaald. De daaropvolgende aanscherping van beperkingen steunde al evenmin op het doordenken van de impact van migratie of op een diep moreel standpunt.

Zo versoepelden de Amerikanen hun migratieregels rond 1965, verscherpten de Britten de hunne in 1968, subsidieerde Australië immigratie fors in de jaren zestig en stapte het in de jaren negentig weer over op strenge restricties. Het lag allemaal in lijn met de economische cycli in die landen.

Mensenstromen

Migratie is allesbehalve perfect te voorspellen, en al zeker niet de omvang. Zo leidde de uitbreiding van de Europese Unie naar het oosten tot de discussie over hoeveel mensenstromen ze op gang zou brengen. In het Verenigd Koninkrijk schatten ze dat erg laag in en kozen ze voor een opendeurpolitiek. Dat in tegenstelling tot de meeste West-Europese landen, die wel restricties toepasten. De Britten schatten de verwachte instroom op 13.000 Oost-Europeanen. De werkelijke immigratie bedroeg in enkele jaren tijd ongeveer 1 miljoen. We weten allemaal wat dat bij de Britten heeft gedaan met het draagvlak voor open beleid.

Uit schrik extreme partijen in de kaart te spelen, vermeden de meeste politici het onderwerp vele jaren angstvallig, terwijl het migratiebeleid bij de kiezers wel omhoogschoot op hun ranglijst van beleidsprioriteiten. De houding van links, grotendeels pro-migratie, leek te zijn: ‘Bagatelliseer de kwestie, laat zoveel immigratie toe dat we met dat aantal weg kunnen komen en verkondig dat dit goed is voor de groei.’ De houding van veel rechtse partijen in Europa, die vaak kritischer tegenover migratie stonden, leek te zijn: ‘Doe uitschijnen dat je eigenlijk wel tegen massamigratie bent, maar wees niet te expliciet om te voorkomen dat je met extreme partijen wordt geassocieerd.’
Nochtans dringt een beleidsvisie zich op. Onderzoek leert dat beleidskeuzes de integratiesnelheid wel degelijk beïnvloeden. Integratie verloopt trager bij een zogenaamd multicultureel beleid. Mensen zijn geen goederen maar dragers van cultuur, normen en waarden. Multicultureel beleid heeft meetbare effecten. Zo zijn migranten nogal eens minder vaardig in de taal van het gastland. Volgens onderzoekers zijn een gemeenschappelijke identiteit, inbedding in het sociaal weefsel en taal een belangrijk draagvlak voor de coöperatie die nodig is voor een welvarende maatschappij.

Ook een uitgebreider stelsel van sociale uitkeringen remt de integratie af. Zelfs het bescheiden inkomen van een bijstandsuitkering lijkt velen aantrekkelijk, en dus is de motivatie zwakker om het inkomen te verhogen door een baan te zoeken. De combinatie van multiculturalisme en genereuze bijstandsuitkeringen vertragen de integratie thuis en op het werk.

De Amerikaanse onderzoeker Robert Putnam heeft ook aangetoond dat het sociaal netwerk van de doorsneemigrant ondanks zijn ontworteling vaak hechter is dan dat van de doorsnee-autochtoon. Die laatste heeft steeds vaker minder hechte netwerken.

Kiezers

Hoe het beleid tegenover bepaalde gedragingen van immigranten – zoals het dragen van een sluier in de openbare ruimte – staat, is allesbehalve onschuldig. In Frankrijk vindt zowel links als rechts het dragen van de sluier onverenigbaar met het ideaal van broederschap. De sluier dreigt nieuwkomers nog meer op te sluiten in hun eigen netwerken.

Het kiessysteem bepaalt in sterke mate hoe groot de rol van migratie in het politieke debat is. In heel wat landen woog de onrust van het brede publiek over dit thema lang niet door omdat ‘extreme’ stemmen konden worden genegeerd. Dat heeft echter vaak ook een gezond debat over immigratiebeleid verhinderd.

Intussen zien veel kiezers immigratie duidelijk als de belangrijkste kwestie waarmee hun land wordt geconfronteerd. Om het thema eindelijk ernstig te nemen, is het dringend tijd voor het erkennen van feiten en voor een open debat zonder taboes.

Eerder voerde ik al aan dat veel factoren de migratiestromen de komende decennia nog fors zullen doen oplopen. De tijd dringt dus om eindelijk een strategie te ontwikkelen in plaats van op automatische piloot te blijven rijden met alleen symbolische beleidsdaden rond individuele gevallen.

Deze opinie verscheen in De Tijd op 24 oktober 2017