Intercommunales? Goed bestuur is opnieuw de essentie

Opinie

Al maanden raast er een storm van verontwaardiging over de praktijken bij het Waalse Publifin. Politici en mandatarissen lieten zich onder meer betalen  voor hun fictieve aanwezigheid in adviesraden van de Luikse intercommunale. Het conglomeraat heeft ook het Waalse kabelbedrijf Voo in zijn portefeuille, is actief in de energiesector, de media en de IT-sector.

Vlaamse verantwoordelijken antwoordden tot voor kort uit de hoogte dat zoiets bij ons nooit kon gebeuren. Steevast verwezen ze naar de beperking van de presentiegelden tot 205 euro per vergadering in de bestuursorganen van een intercommunale, opgenomen in het decreet van 2001.Nu blijkt dat dit in Vlaanderen eenvoudig omzeild wordt, door vanuit een intercommunale een naamloze vennootschap op te richten. Meer blijkt er niet nodig om vele duizenden euro’s te incasseren bovenop wat men elders al verdient. Al die trotse verklaringen dat het bij ons niet gebeurt: wijst dat dan op de menselijke capaciteit om zichzelf voor de gek te houden?

Onwettelijk?

Er wordt langs alle kanten verzekerd dat er niets onwettelijks is gebeurd. Mogelijk is de zelfbedieningscultuur in dit land niet onwettelijk. Mogelijk is goed bestuur niet zomaar in wetten te gieten. Zo’n reactie overtuigt echter allesbehalve en wekt de indruk dat men niet beseft dat de burger recht heeft op beter.

Elders wordt dan weer geopperd dat die bestuursmandaten voor veel gemeenteraadsleden nodig zijn om er geen geld aan toe te steken. Voer dan een apart debat over de hoogte van de wedde van een gemeenteraadslid. Fondsen afwenden en vergoedingen innen die niet in verhouding staan tot de job kunnen niet, punt.

Verantwoordelijkheid bestaat niet indien men aan niemand verantwoording verschuldigd is, indien men niet onderworpen is aan objectieve controles. Het zou erg jammer zijn mocht men geneigd zijn schandalen voor te stellen als uitzonderlijke incidenten. Want het gaat om een fundamenteel vraagstuk, een systemisch effect. Het thema goed bestuur moet zijn plaats opeisen op de politieke agenda en het mag er niet meer van verdwijnen.

Uitdijend

Vooraleer de overheid belastinggeld kan inzetten om een activiteit te ontplooien, moet er duidelijk aangetoond zijn dat er een marktfaling is die dit noodzakelijk maakt. Dat is de klassieke voorwaarde om een publiek goed te voorzien. Vandaag zijn er echter aanwijzingen genoeg dat men op dat vlak volledig het noorden kwijt is: men weet blijkbaar niet meer waar de rol van de markt ophoudt en die van de overheid begint.

Dit zou nochtans evident moeten zijn, als een Waalse intercommunale zelfs een krant uitbaat en een Vlaamse drinkwaterintercommunale een voetbalstadion financiert. Moeilijker dan de activa van een gemeente over te dragen aan een buitenbalansvehikel is het immers niet. Op die manier kunnen grote verplichtingen en schulden onttrokken worden aan het oog van de burger, die over een jaar weer zijn vertrouwen in zijn bestuurders moet uitspreken. In sommige gemeenten zit ondertussen meer dan de helft van het personeel in verzelfstandigde entiteiten die ontsnappen aan de controle van de gemeenteraad.

Als er geen duidelijke bakens meer zijn voor de rol van de overheid eindig je met een PubliPart dat belegt in een producent van chemische wapens en ook nog eens 2 miljoen euro verloor aan het failliet van de Gentse Optima Bank. De geschiedenis leert dat het vermengen van de rollen van de publieke en de privésector niet bevorderlijk is voor goed beheer. Dat zou belangrijk genoeg moeten zijn. Het veelvoud aan doelstellingen en de opsplitsing van verantwoordelijkheden in de openbare dienst brengt dan met zich mee dat in de openbare dienst de oneigenlijke behartiging van private of persoonlijke belangen (in de vorm van onder meer favoritisme en belangenconflict) wel eens groter kunnen zijn.

De trieste realiteit is dat er intercommunales zijn die voluit private bedrijven concurrentie aandoen. Dat gaat zelfs zover als dakrenovatie, schoonmaak over gebouwenbeheer tot ongediertebestrijding. In plaats van een marktfaling te corrigeren brengen ze dan zelfs normale bedrijven in de problemen met de hefboom van belastinggeld. Als we het enkel over vergoedingen hebben en niet over het uitdijend universum van ‘ondernemerschap’ met belastinggeld, nemen we de burgers in dit land echt niet ernstig.