Identiteitsverkaveling

Opinie

In de rechtsstaat heeft de politie een monopolie op ordehandhaving. Wie de politie aanvalt, valt dus met geweld de staat zelf aan bij de uitoefening van zijn meest elementaire opdracht. Het is dan ook logisch dat de Belgische regering zerotolerantie zweert naar aanleiding van recente geweldplegingen door jongeren op politieagenten in het Antwerpse.

Minister Jambon wil ook meer diversiteit in de politiekorpsen, “om het vertrouwen bij sommige bevolkingsgroepen in de politie te versterken”, aldus de media. Ik begrijp de doelstelling wel. Het zou mooi zijn mocht een politieloopbaan brede lagen in de samenleving aanspreken. Het is handig om in immigrantenwijken politiemensen met culturele affiniteit te ontplooien. Het is voor elke organisatie goed om diverse talenten aan te trekken.

Maar het is gevaarlijk om meer diverse politie te willen omdat blanke agenten moeilijk kunnen liggen in niet-blanke wijken. Daarmee geven we een verkeerd signaal over de positie van politie. In de rechtsstaat telt niet de persoon maar de functie, ongeacht de persoon. Het doet er niet toe wie de agent, de rechter, de cipier of de deurwaarder is: hij of zij vertegenwoordigt staatsgezag dat voor iedereen gelijk is en door iedereen gelijk moet aanvaard worden. Daarin ligt het vermogen van de rechtsstaat om iedereen te dienen en te verbinden. Dat is ons hoogste goed.

We mogen identiteit en functie dus nooit vermengen of we zagen de poten van onder de rechtsstatelijke stoel. Het zou een knieval zijn voor relschoppers die de identiteit van agenten aangrijpen om de functie van de agenten letterlijk aan te vallen. Daarenboven zijn discriminatie of racisme uit den boze. Van twee zaken één. Ofwel betekent een blank politiekorps racisme tegenover niet-blanke burgers. Ofwel zijn niet-blanke belhamels racistisch tegenover blanke agenten. In beide gevallen is het goede antwoord niet minder blanke agenten maar minder racisme en minder discriminatie.

We spelen met vuur als we diversiteit reduceren tot representativiteit die overal afspiegelingen van de samenleving wil. We hebben discriminatie en racisme verboden omdat identiteitsverschillen geen rol mogen spelen. We willen evolueren naar een samenleving waar huidskleur, afstamming, geslacht, geaardheid of leeftijd van geen tel zijn. De wens naar meer representatieve diversiteit doet echter het omgekeerde. Ze negeert de identiteit niet: ze organiseert juist identiteit. Ze herbevestigt onderscheiden die we uiteindelijk willen vermijden.

Denk aan genderquota in de politiek en in raden van bestuur. Eerder dan gelijke kansen ongeacht onderscheid, organiseren die gelijke resultaten door onderscheid. Denk aan experimenten met anonieme sollicitaties. Eerder dan diversiteit te cultiveren, verbergen die diversiteit. Zeker, noodmaatregelen voor het hogere doel van neutrale gelijke kansen kunnen broodnodige verandering forceren. Maar ze werken verslavend. Zonder dat we erbij stilstaan, sturen ze ons richting een identiteitsverkaveling die de samenleving niet kan verbinden maar permanent zal opdelen.