Leve de Europese Unie!

Opinie

De Europese staatshoofden en regeringsleiders doen deze week Rome en zijn Piazza del Campidoglio aan, alwaar België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland en Luxemburg zestig jaar geleden het begin van Europese economische en politieke eenmaking inzetten. Hun illustere voorgangers, waaronder Spaak en Adenauer, zouden zich de Europese Unie van 2017 nooit in hun stoutste dromen hebben kunnen voorstellen.

Wat in 1957 begon als bescheiden intentie tot economische vrijmaking tussen zes landen, is uitgegroeid tot de grootste eengemaakte economische markt ter wereld. Wat startte als een vredespoging tussen enkele moegestreden West-Europese landen heeft het hele Europese vasteland dichter verenigd dan ooit in zijn geschiedenis. Wat ontstond in de schaduw van communisme en armoede heeft vrijheid, democratie en rijkdom in heel Europa naar ongekende hoogten gestuwd. Nu we – terecht – diepe zorgen koesteren over de toekomst van de Europese Unie, is het goed die triomf te beseffen.

Meest succesvolle project voor vrede en welvaart

Ondanks grote fouten en gebreken, is de Unie het meest succesvolle project voor vrede en welvaart uit ons aller geschiedenis. Dat fenomenale resultaat is daarenboven fenomenaal paradoxaal, want het proces van Europese integratie is een permanente roetsjbaan van conflict en crisis, onderbroken door momentane doorbraken. Europa ontwikkelt zich zonder grote strategie, met horten en stoten, met vallen en opstaan. De eengemaakte economische markt die in 1957 op papier stond werd pas realiteit in… 1993. Vele jaren lang was Europese eenmaking een vodje papier.

We moeten dus niet te pessimistisch zijn over de Europese Unie. Die heeft al donkere tijden gekend en kan best tegen een stootje. Maar we moeten wel beseffen wat uiteindelijk en altijd doorbraak en vooruitgang heeft gebracht: het leiderschap door de leidende lidstaten. Het leiderschap van de grondleggers van de Europese verdragen. Het leiderschap van Thatcher en Mitterrand voor de economische eenheidsmarkt. Het leiderschap van Kohl en Mitterrand bij de Duitse eenmaking. Soms doorgeschoten leiderschap, zoals de onvoldragen Euro. Maar wel pro-Europees leiderschap.

Lidstaten domineren de Unie

De Europese Unie domineert niet de lidstaten: de lidstaten domineren de Unie. De Eurocrisis is nog altijd aan het etteren omdat Angela Merkel de knoop van schuldherschikking maar niet wil doorhakken. Brexit is er alleen gekomen omdat een laffe David Cameron de roulette van een referendum heeft gespeeld. De vluchtelingencrisis is ontspoord omdat Merkel – Wir schaffen das – niet leidde maar droomde. Het zijn de opeenvolgende regeringsleiders van de lidstaten die de Unie gemaakt hebben. Het zijn de huidige regeringsleiders die de Unie kapot maken.

Jawel, de Europese Unie is wel degelijk een ondoorzichtig bureaucratisch monster dat niet meer presteert voor de Europese burgers. Maar per saldo is die diagnose het symptoom van een onderliggende ziekte: de vaststelling dat in het Europa van 2017 de nationale regeringsleiders veel meer nationaal dan Europees denken. Het leiderschap is minder pro-Europees en vaker anti-Europees.

In Rome zal deze week informeel gebrainstormd worden over de toekomst van de Unie post-Brexit. Technisch gaat de keuze tussen minder of meer Europese bevoegdheden. Politiek gaat de keuze over de ziel van de Unie: blijft die 1957 ademen, of keert die terug naar een nationalistisch verleden. Ik verwacht niet dat alle lidstaten eenzelfde zielsverwantschap zullen uiten. Ik weet ook dat zowel de Franse president als de Duitse bondskanselier al maanden temporiseren omwille van nationale verkiezingen. Geen leiderschap betekent de facto anti-Europees leiderschap. Dat moet ophouden, of de Unie zal ophouden.